Opgraving Lageweg 2008

Archeologie
-700 tot 1550
Ec3fc78d0ace1a73e007766b6bc4625f Ec3fc78d0ace1a73e007766b6bc4625f

Laatse fase van het archeologisch onderzoek waarbij de diverse grachtjes en waterputten met de kraan worden doorgraven.

/

In de loop van 2008 heeft BAAC bv een definitieve opgraving uitgevoerd op twee verschillende vindplaatsen op het toen te ontwikkelen Digit Parc tussen de Lageweg en de Nieuwe Kadijk. De resultaten van dit onderzoek zijn voor beide vindplaatsen zeer uiteenlopend.

679948fe70c0e41148ea80b734ce0463
2d0a6696bb0ad78ec9fb7b80abb13624
Het archeologisch onderzoek uit 2008 geprojecteerd op de huidige topografie en op het kadastraal minuutplan van 1824. In grijs het vooronderzoek uit 2007.

Lageweg

Vanouds maakte deze weg deel uit van de grote verbinding van Breda naar Geertruidenberg, Oosterhout en Den Bosch. Volgens de historisch-geograaf Karel Leenders is de Teteringsedijk, waar de huidige Lage Weg aanvankelijk deel van uitmaakte, aangelegd vóór 1212. Deze verbinding verliet Breda langs de Teteringsedijk en liep verder langs de huidige Lage Weg. Bij de huidige Posthoorn waaierde deze weg uit in verschillende richtingen:

IJzertijd bewoning

Op vindplaats 1 is een midden IJzertijd erf aangetroffen bestaande uit een woonstalhuis en verschillende spiekers. Ondanks het feit dat het erf deels verstoord is door de aanleg van de linie en schans van Spinola zijn de sporen zeer goed bewaard. In die mate zelfs dat er tijdens het vooronderzoek gedacht werd aan een mogelijk middeleeuwse bewoning in plaats van prehistorische sporen. Helaas geldt dit niet voor het organisch materiaal in de vulling van de sporen waardoor geen landschappelijk informatie kon gehaald worden uit botanisch onderzoek.

50cb4540337b5eb44792293fa9303934
BR 114 08 13
Links de paalsporen van de IJzertijdboerderij die gecoupeerd worden. Rechts de paalsporen van een spieker of bijgebouw met zes staanders.

Schans 80-jarige Oorlog

Dwars over deze vindplaats, net naast de Teteringsedijk (nu Lage Weg), is een linie en bijhorende schans aangelegd. Deze schans hoort bij het beleg van Breda door Spinola in 1624 en staat afgebeeld op verschillende historische kaarten. De schans bewaakte waarschijnlijk de toegangsweg naar Breda om zo een vlucht uit Breda of een ontzetting van Breda van buitenaf onmogelijk te maken.
Vondstmateriaal, verspreid over beide vindplaatsen, bevestigt in ieder geval de militaire voorgeschiedenis van het terrein.

BR 114 08 10
BR 114 08 12
Links zijn de contouren van een deel van de schans goed zichtbaar: twee haaks op elkaar staande grachtjes. Rechts de vondst van een kanonskogel uit één van deze grachtjes.
20e62e95ab6ecedfadd289d113d961f1
BR 114 08 8
Tijdens het archeologisch onderzoek werden talloze grachtjes en greppels blootgelegd. Deels betreft het perceelsgrenzen, maar vermoedelijk liep er ook een liniegracht uit de Tachtigjarige oorlog door het terrein.

Boerenerf late Middeleeuwen

Te vindplaats 2 zijn tal van sporen aangetroffen die allen dateren vanaf de late middeleeuwen. De sporen, gaande van greppels, kuilen, waterputten,vollerskuilen, rootkuilen, rootgreppels tot potstallen en paalkuilen behoren grotendeels toe aan een boerenerf dat meerdere bouw- en bewoningsfasen kende . Dit boerenerf had akker- en grasland in de onmiddellijke omgeving van het erf en een moestuin en allerlei bomen en struiken met direct vruchtgebruik op het erf.
De agrarische activiteit bestond uit het verbouwen van verschillende cultuurgewassen, zoals hop, gerst, broodtarwe, rogge, raapzaad, hennep, haver, vlas en boekweit. In de moestuin (tweede fase) werd koriander, biet, peen, selderij, citroenmelisse, tuinpeterselie, pastinaak, wijnruit, mosterd, maanzaad, kleine majer en komkommerkruid geteeld. Op het erf stonden braamstruiken, een hazelaar, een appelaar, een kersenboom, een pruimenboom, een zomerlinde (honing?), een notelaar, een vlierstruik, een zuurbessenstruik, rozenbottel, een frambozenstruik en een wilde lijsterbes. Voor hout stonden wilgen en elzen op het erf.
Vermoedelijk werden van op de markten te Breda vruchten aangekocht als vijgen en druiven. Vanuit de heide werd gagel meegebracht.

BR 114 08 14
BR 114 08 15
Twee typen waterputten die werden aangetroffen: Een put van (heide-)plaggen, rustend op de houten velg van een wagenwiel. Rechts een ingegraven ton versterkt met wilgentenen.

Over de inrichting van het erf kan weinig worden gesteld. Het erf had verschillende waterputten, mogelijk enkele gelijktijdig in gebruik. In een tweede fase was er de moestuin. Er zijn verschillende aanwijzingen voor rootactiviteiten (waterpoeltjes waarin vlas werd geweekt) en er was een vollerskuil. Er zijn enkele dierenbegravingen aangetroffen. Een erfbegrenzing is niet met zekerheid vastgesteld hoewel er greppels waren die daartoe gediend kunnen hebben.
Het woonstalhuis is eveneens niet volledig met zekerheid te reconstrueren. De locatie van twee potstallen wijzen op de aanwezigheid van een stalgedeelte. Ook de uitbraaksleuven van muurwerk en een restant van mogelijk een kelder wijst op het woongedeelte, maar door het ontbreken van sporen van andere diep gefundeerde delen kan het huis niet gereconstrueerd worden.

BR 114 08 16
BR 114 08 18
Links de doorsnede van een potstal. Een verdiept stalgedeelte dat zich langzaam ophoogde door de koeienmest en lagen stro. Op de bodem lag een laag heideplaggen. Dit mengsel werd als mest en grondverbetering op de akkers opgebracht. Rechts één van de weinige funderingsresten. Het complex bestond grotendeels uit houtbouw of houtskeletbouw

De vondsten

Met name rond het laatmiddeleeuwse erf zijn een groot aantal vondsten gedaan in de sloten en grachtjes. Daaruit blijkt dat het de bewoning in de loop van de 14e eeuw startte en in het begin 17e eeuw op die locatie stopte. Er zijn nauwelijks vondsten gedaan die duiden op welstand van de bewoners. Een aantal vondsten zijn te relateren aan het boerenbedrijf zoals grote kommen met een gaatje in de bodem. Dit zouden kaasvormen geweest kunnen zijn.
Een opvallende vondst was een groot fragment van een lavabo. Deze worden meestal in religieuze contexten gevonden. Hier lijkt een relatie te bestaan met de vlakbij gelegen kleine Kapel op de Driesprong.

Moleneind en Oude Driesprong

De bewoningsporen op vindplaats 2 liggen vermoedelijk aan de oorsprong van het gehucht Moleneind. Dit gehucht heeft zich gevormd nadat verschillende verbindingswegen zich kruisten ter hoogte van de Oude Driesprong.
Vermoedelijk is dan, nadat meerdere boerderijen zich er hadden gevestigd, de Kleine Kapel opgericht. Het boerenerf is door de belegering van Breda in 1625 opgeheven, maar of dit veralgemeend kan worden naar de volledige Oude Driesprong is onduidelijk. Vermoedelijk is een deel van de boerenerven toch actief gebleven gezien in de 17e eeuw herberg de Vuilen Bras(z) werd gestart, vermoedelijk aan de andere zijde van de Lageweg. Later, rond 1800, wordt er bij de Driesprong een molen opgericht. Bij de aanleg van de Nieuwe Kadijk is de gehele oude infrastructuur verdwenen.

Deel dit artikel

Nieuwsbrief

Ook interessant

Idee icoon

Mis je iets? Informatie onjuist? Ideeën?

Mail je reactie
Erfgoedweb is een initiatief van
gemeente Breda
chevron-up Scroll naar boven