Rozemarijnstraat (Centrum)

Gebieden
1553 tot heden
  • De Rozemarijnstraat in 1976. Foto: Johan van Gurp, BN De Stem. (Collectie BN De Stem, Johan van Gurp)  

De oudste vermelding van deze steeg is uit 1553. Hij had toen nog geen naam. In 1656 wordt hij aangeduid als Peerloopzeersteeg. Hier vlak bij woonde iemand, Peer genaamd, die erg moeilijk liep, vandaar. De wordingsgeschiedenis van de steeg is onduidelijk. Aanvankelijk liep hij dood tegen het water van de Gampel en de Mark. Misschien was hier een kleine kade. Pas in 1618 werd hier een brug gebouwd over de Gampel. De eerste keer dat de naam Rosemarijnstraetken voorkomt is in 1644. Vaak werd het tweede gedeelte van dit straatje de Kromme Elleboog genaamd.
Misschien is het straatje pas ontstaan nadat een plein tussen de Tolbrug en de Haagdijk is volgebouwd en de Tolbrugpoort zijn functie in het midden van de zestiende eeuw had verloren en werd gesloopt.

Rozemarijn is een oud middel voor de versterking van het geheugen en het is een symbool voor vriendschap en trouw. Men gaf takjes aan geliefden die op reis gingen en droeg kransen bij bruiloften. Op begrafenissen werden takjes rozemarijn op de graven gelegd om te symboliseren dat de overledene niet zou worden vergeten.

Vuil straatje?

J.H. Hoeufft schreef in zijn Proeve van Bredaasch taaleigen: 'Rozemarijn-straatje wordt te Breda een der vuilste en morsigste achterstraatjes genaamd. Daar men in andere steden veeltijds dergelijke straten een onbeschaafden naam geeft, heeft men hier denzelven door eene fijne scherts, van een welriekend kruid, bij tegenoverstelling, ontleend.' Dit is inderdaad in de toponymie een bekend verschijnsel. Een onvruchtbaar stuk grond heet bijvoorbeeld het Paradijs.
Heel veel steden hebben in het oude centrum een Rozemarijnstraat of -steeg. Behalve Breda zijn dat Bergen op Zoom, Willemstad en Den Bosch en verder weg bijvoorbeeld Amsterdam en Arnhem.

Andere verklaringen

Van de Rosmarijnsteeg in Amsterdam is wat meer concreets bekend. In de zeventiende eeuw, woonden daar de 'verciersters' die rozemarijnkransjes maakten voor pas geboren kindertjes, voor bruidjes die rozemarijnkransjes droegen op hun bruiloft en afgestorvenen, speciaal vrouwen die niet getrouwd waren. Dit heeft allemaal te maken natuurlijk met ideeën omtrent vruchtbaarheid en maagdelijkheid in die tijd.
Een andere verklaring die gegeven wordt voor Rozemarijnstraten in Nederland is dat rozemarijn een koosnaam zou zijn voor een vrouw, met name een geliefde vrouw. ‘Rozemarijntje’ zou dan ook 'meisje' kunnen gaan betekenen en vandaar 'liefje' en zelfs 'hoertje'. Van de Rozemarijnstraat in Willemstad wordt gezegd dat daar bordelen waren. Willemstad was een garnizoensstad.
De naam van de Rozemarijnsteeg in Haarlem wordt verklaard uit het feit dat hier vroeger tuinen en hoven lagen, waarin blijkbaar rozemarijn groeide. Ook deze verklaring zou op de Bredase Rozemarijnstraat van toepassing kunnen zijn.

Het Schippershof

Aan het einde van de Rozemarijnstraat rechts lag in de negentiende eeuw een binnenpleintje dat het Schippersplein of het Schippershof genoemd werd. De huisjes waren geen eigendom van iemand die Schippers heette, dus waarschijnlijk is het hofje genoemd naar iemand die schipper van beroep was. In 1954 werden de huisjes onbewoonbaar verklaard en ontruimd. In 1988 werd hier nieuwbouw gepleegd en dit keer niet in de vorm van een hofje.


Literatuur

J.H. Hoeufft, ‘Rozemarijnstraatje’, in Proeve van Bredaasch taaleigen (Breda, 1836).
A.Hallema, ‘Hoe de rozemarijnstraat aan haar naam kwam’, in Bredasche Courant, 12 december 1950.
Marcel van der Heijden, ‘Rozemarijnstraatje (in Den Bosch)’, in Bossche Bladen, www.bosschebladen.nl/media/pdf/2010-1-06DeStraat.pdf
J. van Lennep en J. ter Gouw, De uithangteekens, in verband met geschiedenis en volksleven beschouwd (Amsterdam, 1868). Twee delen.
R. Reinsma, 'Rozemarijnstraat’, in Onze taal, 2003, nnummer. 5.
A.Weijnen, ‘Noordbrabantse plaatsnamen: Rozemarijnstraat’, in Mededelingen van de Vereniging voor Naamkunde te Leuven en de Commissie voor Naamkunde te Amsterdam, 1950.
http://www.streekarchivariaat.nl/nl/mijn-snv/verhalen/verhaal/73

Ook interessant

Straatnamen Breda Centrum
Straatnamen Breda Centrum 1125 tot heden
Praktisch alle straatnamen in de binnenstad van Breda zijn uiteraard o...
Gebieden
Haagdijk (Centrum)
Haagdijk (Centrum) 1250 tot heden
De naam Haghedijc komt voor het eerst voor in een oorkonde in het arch...
Gebieden
Jan van Polanenkade  (Centrum)
De huidige Jan van Polanenkade is een dwarsstraat van de Markendaalsew...
Gebieden
Toen & nu
Tolbrug – De oudste brug van Breda
De Tolbrug is de oudste brug van Breda. De oorspronkelijke brug is gebouwd in de late dertiende eeuw. Aan deze brug werd door de heer van Breda tol geheven. De brug is vaak vernieuwd. De brug op de oude foto is van 1922. In 1939 verdween deze brug bij de demping van de rivier de Mark. De Haven werd gedempt in 1965, maar in 2002 werd besloten de Haven en de rivier de Mark weer open te graven. In 2006 werd de nieuwe Tolbrug geopend. De Haven en de ‘Nieuwe’ Mark tenslotte werden opgeleverd in 2007....
Opgraving Haven/Nieuweweg 2005
Tijdens een archeologische begeleiding bij de aanleg van een ...
Archeologie
Opgraving Tolbrugpoort 1979
Tijdens een waarneming van de Archeologische Werkgroep Breda werd op ...
Archeologie

Locatie

Deel dit artikel

Facebook Twitter