Opgraving Grote Kerk, kooromgang 1996

Archeologie
1250 tot 1830
  • De doorgebroken afsluiting van het 15 eeuwse Pastoorskoor in de zuidelijke kooromgang  

In 1995 is gestart met de restauratie van de Grote Kerk van Breda. Een onderdeel van deze werkzaamheden is de aanleg van een nieuwe vloerverwarming in de hele kerk. Eerst werd de aanwezige vloer, inclusief de natuurstenen grafzerken, verwijderd en daarna werd het bestaande niveau verlaagd.
In maart 1996 werd de vloer in het noordelijk en oostelijk deel van de kooromgang verwijderd. Bij het verwijderen van de vlijlaag onder deze vloer werden funderingsresten aangetroffen.  In april konden er in het noordtransept enkele waarnemingen worden gedaan. In juli konden de grafkelders en funderingen in de zuidelijke kooromgang en de Sacramentskapel worden gedocumenteerd. 

BR-25a-95_topo_low.jpgBR-25a-95_1824_low.jpg
De waarnemingsputten op de huidige topografie en op het kadastraal minuutplan van 1824. In grijs het overige onderzoek in de Grote Kerk (1986,1994,1996 en 1997)

Historische context

De opgraving vond voornamelijk plaats in de het noordelijk deel van de kooromgang tussen de Prinsenkapel en het hoogkoor. Tot voor het onderzoek werd op basis van historische en architectuurhistorische argumenten algemeen aangenomen dat op de plaats van de opgraving het Herenkoor heeft gelegen. Dit Herenkoor werd gebouwd tussen 1416 en 1440  in opdracht van Engelbrecht I van Nassau aan de noordzijde van het hoogkoor. Deze kapel verving een grafkapel die vóór 1372 door Jan II van Polanen gebouwd was. In deze kapel zouden achtereenvolgens Oeda van Hoorne en Machteld van Rotselaar begraven zijn.
Het Herenkoor verdwijnt als een duidelijk herkenbare ruimte bij de bouw van de Prinsenkapel en de oostelijke kooromgang tussen 1526 en 1536.
Aan de zuidzijde van het hoogkoor bevond zich het 15e eeuwse Pastoorskoor met daarachter de later aangebouwde sacristie. Deze werd later weer bij het Pastoorskoor getrokken. In het 2e kwart van de 16e eeuw werd dit koor bij de nieuwgebouwde kooromgang getrokken.

Archeologisch onderzoek

In eerste instantie werden in de noordelijke kooromgang de grafkelders en funderingen die direct onder de huidige vloer zichtbaar waren schoongemaakt en vrijgelegd. Daarna  kon met een mobiel kraantje een sleuf worden gegraven op de plaats van de waargenomen funderingsresten.Verdere werkzaamheden waren het vrijgraven van alle andere funderingen in dit deel van de kerk: de noordelijke zijbeuk, de huidige Prinsenkapel, en het oostelijk deel van de kooromgang. Alle aangetroffen grafkelders zijn ingemeten en globaal beschreven maar worden in deze beschrijving niet meegenomen.

BR-25a-95_1.jpg BR-25a-95_11.jpg
Afsluitende oostmuur  (met doorbraak) van het Herenkoor (links). Afsluitende oostmuur van het Pastoorskoor (rechts). Beide muren zijn gesloopt tijdens de aanleg van de koormomgang

In april konden de werkzaamheden langs de oostmuur van het noordelijk transept worden gevolgd. Deze muur kende verschillende bouwfasen waarbij de oudste fase opmerkelijk grote bakstenen bevatte.
In juli werden  werkzaamheden op kleinere schaal, in de zuidelijke kooromgang en de Sacramentskapel archeologisch begeleid. Daarbij konden grote delen van het Pastoorskoor (gelegen in de huidige kooromgang) gedocumenteerd worden.

Begravingen

Aan begravingen in dit deel van de kerk kon, vanwege tijdgebrek, geen of nauwelijks aandacht worden besteed. Omdat de grond in dit deel van de kerk tot in de vorige eeuw nog is omgezet waren veel begravingen al verstoord of verdwenen. Slechts op de diepste niveaus (ca 80-100 cm beneden vloerniveau) werden skeletten aangetroffen die nog in anatomisch verband in (vergane) houten kisten lagen. Deze begravingen zijn zoveel mogelijk in situ gelaten. Enkele opvallende skelet-elementen werden bewaard, de overige skeletresten, die tijdens het graven vrijkwamen, zijn in een knekelput opnieuw in de Grote Kerk begraven

Verstoringen

Latere begravingen en grafkelders,maar ook gedurende diverse latere verbouwings-fasen en restauratieprojecten, hebben vele oudere structuren beschadigd of vernietigd. Soms zijn hele stukken muur weggekapt, soms is er zelfs een graf uitgehakt middenin een muur.

Resultaten

Hoewel in ruim twee weken archeologisch onderzoek niet de hele bouwgeschiedenis van de Grote Kerk kon worden onderzocht en herschreven zijn toch enkele opvallende resultaten bereikt. De gevonden muurresten zijn verdeeld in een zestal fasen, die elkaar in tijd opvolgen, hoewel niet duidelijk is hoeveel tijd er tussen deze fasen ligt. Van de oudste fase (fase I),vermeld in 1269, lijkt tegen de verdwenen oostmuur van het noordtransept een deel bewaard gebleven te zijn van de oorspronkelijke transeptmuur. Gezien het baksteenformaat  zou dat kunnen betekenen dat het transept van de oude kerk minstens even diep was als het huidige. Uit dezelfde fase lijkt ook een muurfragment in het zicht te zijn geweest de kapel van Jan I van Polanen (gebouwd in 1372) . Muurresten van deze fase van de kerk waren op dat moment nooit eerder aangetroffen.

Van de bouw van het koor van de huidige kerk, gestart omstreeks 1410 (fase II) werden steunberen en funderingsresten gevonden. Kort na de start van de bouw werd aan de noordzijde het Herenkoor in opdracht van Engelbrecht I van Nassau gebouwd (fase III) (tussen 1416-1440). In dit Herenkoor werd omstreeks 1440 een grafkelder als Nassau-mausoleum aangelegd (fase IV). Hierin werden nog tenminste vijf begravingen aangetroffen in kwetsbare staat.  In dezelfde fase hoort de bouw van het Pastoorskoor thuis.
Na het plaatsen van het Nassaumonument (omstreeks 1445 of later ?) in het Herenkoor werd de Grote kerk van 1526 tot 1536 met een kooromgang, een nieuwe Prinsenkapel, een Sacramentskapel en sacristie uitgebreid (fase V).  Daarbij werden oostelijke koorafsluitende muur van het Herenkoor en het Pastoorskoor gesloopt ten behoeve van de kooromgang. Ook werden de fundamenten van de steunberen van het koor (van oorsprong dus aan de buitenzijde van de kerk) fors ingekort.

Later vonden door allerlei begravingen en aanleg van grafkelders grote verstoringen in de kerk plaats (fase VI) die de reconstructie van de bouwgeschiedenis van de kerk erg gecompliceerd maken. Ook allerlei latere verbouwingen en restauratiewerken zijn hieraan debet.

Ook interessant

Waarneming Grote Kerk 1986
In 1986 werd de oude uit 1929/30 daterende hetelucht verwarming in he...
Archeologie
Waarneming Nassau Grafkelder 1996
In het kader van de restauratie van de Grote Kerk van Breda werd in me...
Personen
Archeologie
Grote of Onze Lieve Vrouwekerk
De Grote of Onze Lieve Vrouwekerk was vanouds de belangrijkste kerk va...
Bouwwerken
Begraven in steden verboden
Vanaf 1 januari 1829 was het verboden te begraven in de steden. Al in ...
Gebeurtenissen
Torenbekroning Grote Kerk brandt af
Op 11 mei 1694 sloeg de bliksem in in de houten torenbekroning van de ...
Gebeurtenissen
Laatste uitbreiding Grote Kerk
Tussen 1510 en 1530 werd de Grote Kerk aan de oostzijde uitgebouwd met...
Bouwwerken
Onze-Lieve-Vrouwekerk kapittelkerk
De stenen kerk uit de eerste helft van de twaalfde eeuw werd door de g...
Bouwwerken
Grafmonument voor Engelbrecht II
In de Prinsenkapel werd het renaissance grafmonument opgericht voor En...
Voorwerpen
Personen
Bouwwerken

Locatie

Deel dit artikel

Facebook Twitter