21 februari 2020

Vrijdag visdag

Al eerder berichtten we over de afvalput met opvallend veel visresten die werd opgegraven in de Molenstraat, maar nu al het zeefresidu uitgezocht én gedetermineerd is, kunnen we met veel plezier de resultaten aan iedereen presenteren. De rapportage van het onderzoek is vanaf nu voor iedereen hier te downloaden. 

Opgraving 1991

In 1991 werd op één van de achtererven aan de Molenstraat een gemetselde put opgegraven met daarin opvallend veel visresten. De gelaagde opbouw van de vulling (namelijk donkere vondstrijke lagen afgewisseld met lichte zandlaagjes) viel direct op en deed ook direct diverse vragen rijzen. Wie woonde hier? Wat voor afval werd er in de put gegooid? En hoe ontstond deze bijzondere gelaagdheid??  De gehele inhoud van put, die in de loop der jaren liefkozend de bijnaam ‘spekkoekput’ kreeg vanwege de mooie laagjes, werd bemonsterd en gezeefd. Aan het uitzoeken van het zeefresidu was men nooit  toegekomen. Wel wist men al dat de put opvallend veel visresten bevatte en dat specialistisch onderzoek nodig zou zijn om tot antwoorden te komen. Dat onderzoek kwam er vorig jaar en leverde veel gedetailleerde informatie op. 

digitale tekening 1108.jpg
                                 Tekening van de doorsnede door de afvalput die de bijnaam "spekkoekput" kreeg.


Specialistisch onderzoek 

Alle visresten zijn gedetermineerd door specialist Franka Kerklaan. Dat was nog geen makkelijk karwei, want in totaal heeft zij 112.130 visresten voorbij zien komen! Het “archeo-ichthyologisch” onderzoek, oftewel het onderzoek naar visresten uit een archeologische context, heeft onder meer uitgewezen welke vissen men in de Molenstraat op het menu had staan en welke delen van de vis men graag at. 

stekelrog tekening.jpg
                               Tussen de botjes en schubben werd ook een stekel van een stekelrog gevonden.


Een gevarieerd menu

In de afvalput is zowel zeevis als zoetwatervis aangetroffen. Van de zeevissen zijn haring, kabeljauw en schelvis goed vertegenwoordigd. Onder de zoetwatervis lijken de bewoners buitengewoon veel karperachtigen te hebben gegeten. De aanwezige soorten zijn: paling, karperachtigen met specifiek brasem, blei, blankvoorn, serpeling en zeelt, snoek, zalm en tot slot baars. Deze vissen kan men op de Bredase zoetwatervismarkt gekocht hebben, Breda had namelijk een eigen vismarkt. Veel vissen heeft men ter plaatse schoongemaakt. Dit is af te leiden uit de grote hoeveelheid schubben in de afvalput.  

De veel voorkomende soorten vis (haring, kabeljauw, scholachtigen, paling, karperachtigen en baars) blijken in elke laag van de put voor te komen en de verhouding zeevis/zoetwatervis blijft door de lagen heen relatief gelijk. De visresten in de verschillende vondstlagen bestaan waarschijnlijk uit een combinatie van keukenafval en etensafval. De vele schubben van karperachtigen zal men voorafgaand aan de bereiding van de vis bij het schoonmaken hebben afgeschraapt. Deze resten zijn als keukenafval in de put terecht gekomen. Bij andere vissen, zoals haring, heeft men de vis waarschijnlijk in zijn geheel bereid en zijn de aangetroffen resten etensafval. Er is ook een aantal botten van zoogdieren in de put gevonden, maar erg weinig. Vrijdag visdag? De bewoners van dit huis bleken echte viseters! 

Afval van een wapenhersteller?

Behalve ruim honderdduizend vissenbotjes, zat er ook ander afval in de put: onder meer scherven aardewerk, kleipijpen, kralen, knopen, en een groot aantal vuurketsen (ofwel ‘gunflints’).

Vanaf circa 1625 wordt het vuursteenslot gebruikt op musketten en pistolen. Het stuk vuursteen ofwel de gunflint werd met een klemschroef aan de haan bevestigd. Bij het overhalen van de trekker slaat de vuursteen in de haan tegen een kets of magazijnvuurplaat en ontstaat er een vonk. De vonk doet het kruit in de pan ontbranden en de munitie wordt afgevuurd. In de afvalput aan de Molenstraat werden 20 gunflints en ruim 200 kleine stukjes vuursteen gevonden. Oorspronkelijk zaten de vuurketsen in een loden vatting (zoals op de foto hieronder), maar dergelijke vattingen zijn niet teruggevonden. De grote hoeveelheid kleine fragmenten lijkt afval van bewerking van de vuurketsen. We hebben hier vrijwel zeker te maken met het afval van een wapenhersteller of geweermaker. Op basis van het aardewerk in de put weten we dat deze aan het eind van de achttiende eeuw gebruikt en gevuld is.

vuurketsen-2.jpg
                                        Voorbeeld van vuurketsen in een loden vatting.


Beenbewerking

Bij de opgravingen aan de Molenstraat in 1985 werd veel afval van een beenbewerker teruggevonden. Ook in deze afvalput met visresten werden 17 voorwerpen van bewerkt been, met name kralen en knopen, gevonden. De kralen zijn afkomstig van een paternoster of rozenkrans.


Lees het complete verhaal

Wie meer wil lezen over deze opvallende afvalput en alle vondsten die eruit gekomen zijn, kan de complete rapportage hier downloaden. 

Adriaen_Coenen's_Visboeck- Kabeljauw.jpg

Deel dit bericht

Nieuwsbrief