17 september 2018

De laagte van het Nonnenveld


Hans de Kievith

Van de historische kern van Breda werd vanouds verondersteld dat deze was ontstaan op een dekzandhoogte aan het riviertje de Mark. Archeologisch en geofysisch onderzoek hebben in de jaren tachtig en negentig aangetoond dat de natuurlijke ondergrond en het oorspronkelijke reliëf van de stad veel complexer was dan tot dan toe werd aangenomen.
Vandaag de dag zijn de hoogtes in de historische stadskern nog op enkele plaatsen zichtbaar. De laagtes zijn dat nauwelijks meer, ze zijn immers in de late middeleeuwen genivelleerd om ze als woon- en werklocaties in te richten.
Karel Leenders heeft in zijn cultuurhistorische inventarisatie van de gemeente Breda de ondergrond van de historische kern in een bredere landschappelijke context geplaatst. Breda ligt op de grens van het 'hoge’ (Pleistoceen) en het 'lage' (Holoceen) met als complicerende factor de brede, globaal zuid-noord lopende insnijding van het Markdal in de hoge zandgronden [1] download kaart hier
topo Nonnenveld_low.jpg plankaart_1824.jpg
Het onderzoeksgebied op de huidige topografie en op het kadastraal minuutplan van 1824. In lichtpaars het archeologische onderzoek in en om het Nonnenveld

De laagte van het Nonnenveld

Het Nonnenveld was vanouds een wijkje, gelegen tussen de Oude Vest, Keizerstraat, Akkerstraat en het middeleeuwse klooster Sint-Catharinadal, het huidige Holland Casino. Dit wijkje is ontstaan in het midden van de zestiende eeuw als één van de eerste stadsuitbreidingen na de sloop van de middeleeuwse stadsmuur. We hebben het dan alleen over het noordelijke deel van het huidige Nonnenveld.(2)

De eerste aanwijzingen voor een (niet uit historische bron bekende) laagte aan de zuidzijde van de stad kwamen uit een archeologische begeleiding van een rioolvervanging, midden jaren negentig, ter hoogte van de hoek Halstraat en Oude Vest. De ongestoorde natuurlijke ondergrond (op +0,77m NAP) bleek op een zodanige diepte te zitten dat het oorspronkelijke hoogteverschil tussen Grote Markt en Oude Vest circa 4 meter geweest moet zijn. Dit gemeten over een lengte van circa 150 meter. (Het huidige hoogteverschil is circa 1.80 meter.)

 Oude Vest_riool_low.jpg  moder_oude vest_low.jpg
Links de waarneming de kruising van de Halstraat en Oude Vest in 1995. Rechts een moderpodzol bij een waarneming in 2016 aan de Oude Vest ter hoogte van het  restaurant Lades.

Eind jaren negentig startte de ontwikkeling van het Chassépark , een nieuwe woonwijk op het voormalige exercitieterrein van de Kloosterkazerne en de Chassékazerne. De voorafgaande opgravingen gaven de mogelijkheid om de laagte verder te begrenzen en te documenteren. Daarbij bleek ook dat de diepste delen van de laagte vermoedelijk beneden het grondwaterniveau hebben gelegen.

profiel_depressie_low.jpg

Profiel in de bouwput die gegraven werd bij de aanleg van de parkeergarage in 2000. Daarin een duidelijk dalende lijn van de ondergrond.(links) en diagonale lagen van de vestingwal.

In dezelfde periode werd ook in de bouwput voor het appartementencomplex de Beeldenaar aan de Keizerstraat/Nonnenveld èn de bouwput voor de aanleg van de Chasséparking deze laagte aangetroffen. Helaas werden een aantal van deze waarnemingen onder niet optimale (archeologische) omstandigheden uitgevoerd en/of uitgewerkt zodat de documentatie minimalistisch is.
Ook hier lag het oorspronkelijke maaiveld zo rond de +0,70m. NAP. Het hoogteverschil met de noordoostelijker gelegen kloostercomplex bedroeg oorspronkelijk ook zo’n 4 meter. (nu circa 1.85 meter.)

De laagte van het Nonnenveld is in het stadsbeeld niet meer zichtbaar. Door talloze ophogingen in met name de periode 1250-1550 zijn  de hoogteverschillen grotendeels verdwenen. Wel is de aanliggende hoogte waarop het klooster Sint-Catharinadal is gebouwd nog goed zichtbaar, zeker vanaf het Kloosterplein. Daarnaast is het hoogteverschil tussen de Oude Vest en de Sint Janstraat met name in de Halstraat nog goed waar te nemen.

Historisch topografische achtergronden

Over de aanwezigheid van een laaggelegen gebied aan de zuidoostzijde van de stad is in de historische bronnen nauwelijks iets te vinden. De enige aanwijzing is dat een deel van de veronderstelde laagte tot in de zestiende eeuw werd ingenomen door een boomgaard en niet als akker in gebruik was[3]. Gebieden met een maaiveldhoogte van ca. 0,70 m. +NAP (en met wisselende grondwaterstanden) zoals werden aangetroffen waren ongeschikt als akkerland.
Het terrein stond al in de vijftiende eeuw bekend als Nonnenveld waarbij het achtervoegsel ‘veld’ eveneens een aanwijzing (maar niet meer dan dat) kan zijn dat het niet als bouwland in gebruik was [4]. De gehele laagte was tot in de zestiende eeuw kloosterbezit. Er zijn aanwijzingen, historisch en archeologisch, dat het gebied (deels) begrensd werd door een brede sloot; een ‘wateringe’ [5].

Begrenzing

Aan de hand van de archeologische waarnemingen is vastgesteld dat globale begrenzing van de laagte werd gevormd door de zuidzijde Oude Vest/Houtmarkt, de achtererven van de Ginnekenstraat, noordzijde Akkerstraat (inclusief het verdwenen gedeelte tot aan de voormalige vestingwal ) en de westelijke kloostermuur van het Sint-Catharinadal. Deze kloostermuur scheidde vanaf het midden van de zestiende eeuw het kloosterhof van het Nonnenveld. Deze begrenzing komt overeen met de reconstructie door Erens met daarop de geplande bouwblokken op het Nonnenveld [6].


ahn_depressie_low.jpg
De ligging van de laagte en de hoogste delen van het opgestoven zandduin geprojecteerd op de AHN2 hoogtekaart. De lage ligging van het gebied tussen Sint Janstraat en Oude Vest is relatief door het ontbreken van stedelijke ophogingslagen in de moes- en siertuinen achter de grote hofhuizen aan de Sint Janstraat. 

Aard van de laagte

De zandgronden rond Breda bestaan voor een voor een deel uit dekzandvlakten èn uit welvende dekzandruggen. De aangetroffen hellingen in de tracé’s Oude Vest - Grote Markt en Sint-Catharinadal - Nonnenveld zijn van oorsprong echter zó steil en het hoogteverschil zó groot dat hier wel sprake moet zijn geweest van één of meerdere opgestoven zandduinen. Vanuit die optiek zou de laagte van het Nonnenveld verklaard kunnen worden als een uitgestoven laagte en de aanliggende hoogtes rond de zuidzijde Grote Markt en het klooster als uitgestrekte stuifzandkoppen. Misschien is er zelfs sprake van een geërodeerd paraboolduin waarbij de zuidzijde Grote Markt, Sint Janstraat, Molenstraat, Kloosterplein en de locatie van het klooster de top vormde van een paraboolvormige hoogte [7] .
Bij de gangbare zuidwestenwinden klopt het dan ook dat de hellingen aan de noord en noordoostzijden het meest opvallend aanwezig zijn. Immers daar stoof het zand op tegen een al aanwezige denkzandglooiing.
De diepste gedeelten van de laagte (met name in het zuidoostelijke deel) hebben vermoedelijk open water gevormd maar dat moet maar een beperkt deel areaal zijn geweest. Helaas is door de opvulling door grote puinmassa’s dit laagste niveau niet blootgelegd of alleen in sterk verstoorde toestand.

Bodemkenmerken

Archeologisch onderzoek heeft op een beperkt aantal plaatsen in het onderzoeksgebied informatie opgeleverd over de bodemkundige kenmerken. Op de hoogste plaatsen werd een typerende dubbele(haar-)podzol aangetroffen. Typisch voor de plaatsen waar na opstuiving zich een nieuw bodemprofiel heeft kunnen vormen.
Op de hellingen heeft zich een moderpodzol gevormd, getypeerd door de iets vettige zeer donkere inspoelingslaag [8]. De bodemvorming in de laagste delen is nooit goed onderzocht. Wel lijkt er plaatselijk sprake te zijn van veenvorming

profiel kloosterplein_low.jpg Kloosterplein_moderpodzol_low.jpg
Rechts een moderpodzol onder de middeleeuwse ophogingen aan de Vlaszak. Links een dubbele haarpodzol op het Kloosterplein. Geheel rechts moet de top van een stuifduin hebben gelegen. Daarachter een sterk dalende helling naar het Nonnenveld .

Laag en hoog in het stedelijk landschap

De aanwezigheid van een uitgestoven laagte en een opgestoven duin heeft de stedelijke ontwikkeling aan de zuidzijde van de stads sterk beïnvloed.
In de late dertiende eeuw wordt de eerste stadsomwalling aangelegd bestaande uit een gracht en een aarden wal (de huidige Oude Vest). De gracht doorsnijdt het veronderstelde paraboolduin. Verder naar het westen (Oude Vest/Houtmarkt) loopt de gracht door een dieper deel van de laagte. Dit moet allerlei implicaties gehad hebben voor de waterhuishouding aan de zuidzijde van de stad. Zou bijvoorbeeld de stadsgracht tussen het klooster en de Ginnekenpoort aan de buitenzijde bedijkt zijn geweest ?

Het klooster Sint-Catharinadal wordt in de late dertiende eeuw gevestigd op de oostelijke top van het duin. Wel buiten de wallen maar op een ‘verheven’ locatie. Op de westelijk gelegen hoogte, globaal de hoek St. Janstraat en Halstraat, gebeurt ook iets opmerkelijks. Al in de late veertiende eeuw bevindt zich daar een kapel en een hof van de Johannieters. Maar de voorgeschiedenis van deze vestiging is echter volledig onbekend. Ook voor deze plaats geldt dat het een middeleeuwse ‘zichtlocatie’ geweest moet zijn.

Stadsuitbreiding en vestingbouw na 1531

Het Nonnenveld komt pas in de periode 1531-1547 binnen het stedelijk gebied te liggen. De stedelijke overheid onteigende vanaf 1531 gronden aan de westzijde van het klooster Sint-Catharinadal voor een planmatige stadsuitbreiding.
De aanleg van de nieuwe vestingwallen én de stadsuitbreiding waren voor de bewoonsters van het klooster de aanleiding om een muur rond hun resterende grondbezit te bouwen. Hiermee werd het Nonnenveld nog verder fysiek van het kloosterterrein gescheiden. Ten westen van de kloostermuur liep een weg, van oorsprong een karrespoor, maar later verhard en opgehoogd met puin, die vermoedelijk aansloot op de Akkerstraat en uiteindelijk gebruikt lijkt te zijn als transportweg bij de aanleg van de nieuwe vestingwerken.

Nonnenveld_lips_low.jpg Nonnenveld_luchtfoto_low.jpg
Links het Nonnenveld (linksonder)met daarop vermoedelijk een tweetal ‘doelen’ op een uitsnede uit de opmetingskaart van  Jan Pieterz. Dou uit 1625.  Rechts het Nonnenveld in de jaren dertig met linksboven de Kloosterkazerne. (foto: Aviodrome, Lelystad)

De uitgebreide studie van Erens naar de verkaveling en inrichting van het Nonnenveld met een drietal woonstraten, een turfmarkt en een veemarkt werpt geen licht op de oorspronkelijke bodemgesteldheid van het betreffende gebied. Ook de rekeningen van de aanleg van de eerste moderne stadsomwalling aan de zuidzijde van het Nonnenveld maken geen melding van de terreinomstandigheden. Toch moet er gezien de lage ligging van het gebied er activiteiten hebben plaatsgevonden om het als woon- en handelskwartier geschikt te maken.
Bij archeologisch onderzoek ten zuidwesten van het klooster, op het als turfmarkt geplande terrein werden in het laagste gedeelte van de depressie dikke puinlagen aangetroffen, duidelijk bedoeld om het terrein te egaliseren. Verondersteld mag worden dat deze egalisering en grondverbetering heeft plaatsgevonden in de periode na 1531 ten behoeve van aanleg van nieuwe vesting [8]. Een analyse van het aangetroffen bouwpuin zou daar een licht op kunnen werpen.

De geplande turfmarkt kwam er uiteindelijk niet. Het terrein werd ingericht als oefenterrein (Doelen) voor het handbooggilde. Na wat omzwervingen werd de markt uiteindelijk op de Houtmarkt gevestigd [9].  De veemarkt functioneerde op het Nonnenveld kortstondig.
Het terrein tussen de nieuwe woonbuurt en het klooster lijkt al gauw een militaire functie te krijgen. Het meest westelijke deel, tussen de Keizerstraat en achtererven van de Ginnekenstraat werd rond 1630 volgebouwd met soldatenbarakken: de Hoge Barakken.
Bij een nieuwe aanpassing van de vestingwallen tussen 1679 en 1685 verdween een deel van het Nonnenveld onder de nieuwe verbrede wallen en kreeg het restant definitief een militaire functie. Vanaf eind jaren negentig van de vorige eeuw maakt het terrein deel uit van het Chassépark.

Besluit

De aard van het middeleeuwse Nonnenveld blijft enigszins in het duister gehuld. Het lag buiten de middeleeuwse stad en behoorde tot het grondgebied van het klooster Sint-Catharinadal. Na 1531 kwam het in handen van de stad maar lag het geïsoleerd tussen de nieuw aangelegde vesting, de middeleeuwse stadsgracht en het kloostercomplex. De planmatige stadsuitbreiding heeft nooit het beoogde resultaat opgeleverd. Het woon- en werkareaal werd tenslotte door de verdere uitbreiding van vesting en de aanleg van militaire barakken sterk verkleind.
Het oorspronkelijke karakter van het terrein, een door de wind uitgestoven laagte met aan de noord- en oostzijde, voor Breda opmerkelijke, stuifduinen hebben onmiskenbaar invloed gehad op de stedelijke ontwikkeling. Dit is misschien de belangrijkste conclusie die we kunnen trekken.

Noten
[1] Leenders 2004, p.58-59
[2] De nieuw aangelegde straat door het Chassépark ligt in het verlengde van de in 1926 aangelegde straat Nonnenveld.
[3] De grens tussen het Hoge en het Lage ligt bij Breda meestal nabij 1,25 m + NAP. Mededeling Karel Leenders
[4] Buiks 1997, p.110-111
[5] Erens 1936, p.144, p.146
[6] Erens 1936, p.145
[7] In de nabijheid van Breda, bij Strijbeek, ligt het Goudbergven. Een schitterend voorbeeld van een paraboolduin met uitgestoven laagte (het huidige ven). Mededeling Karel Leenders
[8] Wel worden er bakstenen, afkomstig van de oude stadsmuur naar het voormalige Nonnenveld getransporteerd.  Na het schoonbikken werden deze in de nieuwe vesting verwerkt. Roosens 1980, p.108
[9] Otten 1988, p. 67-68

 
Geraadpleegde literatuur

Berendsen, H.J.A., Landschappelijk Nederland. De fysisch-geografische regio's (Assen, 2005)

Buiks, Chr., Laatmiddeleeuws landschap en veldnamen in de Baronie van Breda (Assen,1997)

Erens, A., St .Catharinadal en de urbanisatieplannen van graaf Hendrik III van Nassau te Breda, 1531-1551. in: Analecta Praemonstratensia 12 (1936)

Hooydonk, J.H. van, Middeleeuwse stratenin Breda 1250-1550, ongepubliceerde manuscripten

Leenders, K.A.H.W., Cultuurhistorische landschapsinventarisatie Gemeente Breda (Breda 2006). ErfgoedRapport Breda 1

Otten, Gerard, De straten van Breda, (Breda, 1988)

Otten, Gerard, Indexen Akten Magistraal,  ongepubliceerd manuscript

Pol, Pierre van der, (samensteller), Breda in Kaart ,catalogus bij gelijknamige tentoonstelling (Breda, 2002)

Roosens B., De stadsomwalling van Breda: de eerste toepassing van het gebastioneerd vestingstelsel in de Nederlanden (1531-1547) in: Bijdragen geschiedenis hertogdom Brabant 63 (1980), p.87-120.


Deel dit bericht

Nieuwsbrief