Opgraving Catharinastraat 6-8 1987

Archeologie
Voorwerpen
1200 tot 1800
1603 1603

Trechterbekertje, Siegburg steengoed, vijftiende eeuw

1604 1604

Grape, roodbakkend aardewerk, vroege vijftiende eeuw

1605 1605

Kom, Weser aardewerk, begin zeventiende eeuw

1606 1606

Bord, zogenaamd 'North Holland slipware', roodbakkend aardewerk, begin zeventiende eeuw

1607 1607

Olielampje, roodbakkend aardewerk, zeventiende eeuw

1608 1608

Christusfiguurtje, pijpaarde, zeventiende eeuw. Dit soort beeldjes worden ook wel patacons genoemd en waren vaak een bijprodukt van (Goudse-) pijpenbakkers.

1609 1609

Miniatuur roemer, zeventiende eeuw

1610 1610

Voet en stam van een zogenaamd vleugelglas. Een kostbaar type wijnglas. Eerste helft zeventiende eeuw.

1611 1611

Medicijnflesje, zeventiende eeuw

1612 1612

Tuit van een alambiek, een onderdeel van een destilleerinstallatie, zeventiende eeuw

1613 1613

Sleutel, gesmeed ijzer, zeventiende eeuw

1614 1614

Werpkoot, gevuld met lood, zeventiende eeuw. Bij het kootspel moesten staande koten (gewrichtsbot van een koe) omgegooid worden.

/

Eind januari 1987 startte een kleine proefopgraving op het perceel Catharinastraat nr. 6-8 als voorbereiding op de sloop van de bestaande bebouwing (AMRO bank) en de daaropvolgende bouwwerkzaamheden. Het onderzoek, de plaats en de omvang van het proefopgraving is sterk bepaald geworden door de aanwezigheid van moderne funderingen en vloerresten. Onderzoek kon tot nu toe slechts in de noord-westhoek van het terrein plaatsvinden. Dit gebeurde door middel van een drietal kleine opgravingsputten.

BR 27 87 topo new
BR 27 87 1824 new
De inpandige opgravingsputten in Catharinarinastraat 6-8 op de huidige topografie en het minuutplan van 1824

De oudste sporen

De oudste bewoningssporen op het opgravingsterrein die tot nu toe teruggevonden zijn, bestaan uit een lemen vloertje aan de rand van een sloot. Het vondstenmateriaal uit de leemlaag (aardewerk, botmateriaal en fragmenten van maalstenen) wijst erop dat het hier om een woonniveau gaat uit de periode rond 1200. De brede maar vrij ondiepe sloot was in de vaste bodem uitgegraven en lag net achter de huidige rooilijn van de Catharinastraat. Bij de sloot hoorde een systeem van kleine afwateringsgreppeltjes. De sloot zal gedurende (en vooral na) het gebruik gediend hebben als stortplaats voor allerlei afval, zoals fragmenten van serviesgoed uit aardewerk en hout, allerlei etensresten en bewerkte houtfragmenten. Maar ook een grote hoeveelheid leerafval (snippers, versneden vellen leer, schoenresten enz.). Het leerafval moet afkomstig zijn van een schoenmaker en/of -lapper die hier in de buurt zijn beroep uitoefende tijdens de dertiende eeuw. Duidelijke sporen van gebouwen uit deze eerste bewoningsperiode werden niet aangetroffen, wat gezien de kleine oppervlakte waarop het onderzoek is uitgevoerd en de latere middeleeuwse verstoringen van de onderste lagen, niet verwonderlijk is. De bebouwing moet waarschijnlijk meer verwijderd van de straat gezocht worden.

BR 27 87 LR 147 246 scan
BR 27 87 AW 142 2873
Links dertiende-eeuws schoeisel uit de sloot aan straatzijde. Rechts een vetvanger uit de vroege veertiende eeuw.

Latere bebouwing

Op het einde van de dertiende of het begin van de veertiende eeuw wordt het oudste woonniveau opgehoogd en wordt de gracht definitief gedempt. Enkele paalsporen op dit nieuwe niveau wijzen op een bebouwing van hout. Deze gebeurtenissen geven waarschijnlijk het moment aan waarop de bewoning op de percelen een meer straatgebonden karakter krijgt. Tijdens de vijftiende eeuw bestond het huidige terrein van Catharinastraat 8 uit drie smalle percelen. De bebouwing op het centrale en het westelijke perceel kon worden onderzocht. In de tweede helft van de vijftiende eeuw stond op het centrale perceel een bakstenen huis van ca. 13 meter lengte en ca. 6 meter breedte.

BR 27 87 1
BR 27 87 2
Muurresten van de oudere bebouwing tussen de betonnen palen van het moderne bankgebouw door

Het eerste stenen huis

Het bakstenen huis, het eerste waarvan tijdens onderzoek een volledige plattegrond kon worden gereconstrueerd, had opvallend zware funderingen waaruit af te leiden valt dat het opstaand muurwerk van de woning volledig van baksteen was opgetrokken en niet, zoals tijdens onderzoek op andere plaatsen in de binnenstad kon worden vastgesteld, uit vakwerk van hout en leem. Van de binnen inrichting is vrijwel niets bewaard. De vloer in het achterste deel van het huis bestond uit eenvoudige baksteen op een lemen vlijlaag. In de vulling van de kelder werd een hoeveelheid vensterglas gevonden waarvan een deel was beschilderd. Aangenomen mag worden dat dit glas afkomstig is van het huis. Rond 1500 werd de kleine kelder tegen de achtergevel volgestort met afval (bot, glas, aardewerk, bouwpuin) en vervangen door een grote kelder aan de straatkant. In de zestiende eeuw werd naast het eerste huis een nieuw pand opgetrokken. Hiervan is slechts de kelder bewaard gebleven.

Vondstmateriaal

Bij dit huis werd later een beerput aangelegd. Net achter de woonhuizen aan de Catharinastraat lag een kelder die tot in de late zeventiende eeuw als beerput werd gebruikt. De kleine zalfpotjes, de talrijke glazen medicijn- en/of reukflesjes, enkele grote glazen flessen en twee fragmenten van een distilleerhelm maakten waarschijnlijk deel uit van de inboedel van de apotheek van Johan Stickers, die rond 1695 op deze plaats in de Catharinastraat woonde.
In de negentiende eeuw werd er een huis gebouwd over het centrale en westelijke perceel. Dit huis bestond uit een voor- en achterhuis.

Deel dit artikel

Nieuwsbrief

Ook interessant

Idee icoon

Mis je iets? Informatie onjuist? Idee├źn?

Mail je reactie
Erfgoedweb is een initiatief van
gemeente Breda
chevron-up Scroll naar boven