24 juni 2016

Straatnamen en dialect

Veel straatnamen in Breda zijn door dialect gekleurd. Dat heeft verschillende oorzaken. Sommige straten zijn al zo oud, dat ze dateren van vóór de invoering van het huidige Standaardnederlands. Andere straatnamen zijn moderner, maar toch nog regionaal gekleurd. Ook het hergebruik van oude toponiemen zorgt voor straatnaamgeving die klinkt als dialect.

Woordenschat

Een gedeelte van de straatnamen is al zeer oud en nooit aangepast aan het Standaardnederlands, zoals de Hoolstraat, de Weerdstraat en de Schele Brug. In Standaardnederlands zouden die de Heulstraat, de Waardstraat en de Scheve Brug heten. In Breda hebben we een heleboel dreven, elders heten die lanen. Ook in moderne straatnamen komen nog dialectvormen voor, zoals de Hovenierstraat (‘hovenier’ in de betekenis van tuinbouwer) en de Oude Trambaan op Hazeldonk (in plaats van Oude Tramweg). De Marellenweg is genoemd naar de marel, dialect voor morel ofwel zure kers. Na de Tweede Wereldoorlog worden in Breda veel oude toponiemen hergebruikt als straatnamen, waarmee veel dialectwoorden op de straatnaamborden terecht komen, zoals Holtken, Peerdsbroek en Kemelstede (in Standaardnederlands Bosje, Paardenbroek, ‘broek’ is moerassig gebied en Kamelenhoeve).

STR020_Dongensebaan.jpg
De Dongensebaan ter hoogte van het Cadettenkamp

Uitspraak

Behalve typische dialectwoorden hebben we ook de Bredase uitspraak van straatnamen. Tramsingel spreken we uit met de ‘a’ van appel (zoals in Vlaanderen). Markt wordt in het dialect uitgesproken als mart of mert, straat als straot, Haagdijk als Addijk en kade als kaai. Het meest opvallende Bredase element is het weglaten van de ‘h’: Aove (Haven), Aogweg (Haagweg) en Eistraot (Heistraat). Verkleinwoorden eindigen vaak op –ke: het Ettens Dreefke (Liesbos), Leike voor Molenlei en de Tonnekes aan de Dr. Batenburglaan. Ook afwijkend is het lidwoord in het Valkenberg waar je de zou verwachten, het Ginneken en het voorzetsel op Overa en niet in. Veel straten hebben een bijnaam in de volksmond, zoals de Gasjes (Gasthuisvelden), de Reet van Mermans (Duitenhuisstraat), de Klampetter (Kerkhofweg en Jacqueline de Grezlaan), het Slikstraatje (Doelenstraat in Princenhage), de Tietaai (Mastbosstraat), de Tonnekesbuurt (Dr. Batenburglaan) en Pindorp (het industrieterrein aan de Nieuwe Bredasebaan). In de Carnavalstijd worden veel van dit soort namen weer gebruikt. De Duitenhuisstraat ontleent zijn bijnaam aan een vroegere eigenaar, Klampetter is afgeleid van Klappeistraat (klappei is klaphek), het Slikstraatje was blijkbaar niet verhard en aan de Tietaai was een winkeltje waar kippeneieren verkocht werden (‘tiet’ is ‘kip’ en ‘aai’ is ‘ei’). Over de herkomst van de namen Tonnekesbuurt en Pindorp zijn de geleerden het nog niet eens.

Speciale straatnaamborden?

In Geraardsbergen zijn straatnaamborden aangebracht met dialectondertiteling: Pateelstraat - ’t Patielkestrùtjen,  maar ook Dierkoststraat – ’t Kapellestrùtjen. Ook dichter bij huis, in Bergen op Zoom, vinden we tweetalige straatnaamborden: Sint-Annastraat – Pliesiestratje en Morganstraat – Keuverrekestratje. In Breda zijn dit soort borden echter nooit voorgesteld.

Deel dit bericht

Nieuwsbrief