6 december 2014

Breda en de brede Aa

De naamgeving van Breda opnieuw bekeken

Van oudsher is de samentrekking van het bijvoeglijk naamwoord "brede" en de waternaam "aa" algemeen geaccepteerd als naamsverklaring van Breda 1). Gangbaar is om deze plaats te lokaliseren als de uitmonding van de Aa of Weerijs (de Gampel) in de Mark ter hoogte van het gemaal aan de Markendaalseweg. De huidige Gravenstraat geeft globaal de loop van de gedempte Gampel aan. Christ Buiks nuanceert deze verklaring doordat van oudsher Aa en Mark door elkaar gebruikt werden 2). Denk aan Abroek ter hoogte van het voormalige CSM terrein en Asterd in de Haagse Beemden 3). Indien Aa ook Mark kan zijn dan zijn er ineens meerdere locaties mogelijk voor de ligging van de brede Aa. Leenders verbreedt de verklaring nog door zich de vraag te stellen welke plaats het meest geschikt was voor de stichting van kerk, hof en kasteel. Hij stelt zich een hoogte voor in het noordwestelijke gedeelte van de stadskern. De argumentatie is dat de dekzandkop waarop de oudste kern ligt, de meest zuidelijke is waar oost-west verkeer slechts met één rivierovergang te maken had 4). Daartoe werd de Haagdijk in het begin van de 13e eeuw aangelegd om het dal van de Mark gemakkelijk te kunnen kruisen 5). In de periode tussen 1983 en 1997 heeft er veel archeologisch onderzoek plaatsgevonden in de nabijheid van de Mark. Met die resultaten in het achterhoofd zijn bij de brede Aa een aantal bondige kanttekeningen te maken.

Brede%20aa%20_artikel_low2.jpg
De oudste bewoningskern aan de noordwestzijde van de stad met in geel mogelijke onsluitingswegen

De oudste bewoningskern

De oudste bewoningskern Archeologisch onderzoek wijst uit dat deze kern zich bevindt rond de huidige Kraanstraat en Cingelstraat. De bewoningsporen stammen uit de vroege 12e eeuw. Het betreft een aantal greppels, kuilen en paalsporen met goed dateerbare vondsten 6). De ondergrond bevatte nauwelijks sporen van veen en lag hoger dan de 12e eeuwse vindplaatsen lang de Tolbrugstraat en Visserstraat. Omdat de bewoningssporen zich tot aan de toenmalige waterkant uitstrekten kunnen we aannemen dat de oever flink is weg geërodeerd. Dit is het noordelijkste punt langs de oostzijde van de Mark dat met droge voeten is te bereiken 7). De westzijde van de Mark was ter plekke zeer laag gelegen en werd pas in de 16e en 17e eeuw geschikt gemaakt voor bewoning. Een ontsluiting van de oudste bewoningskern naar het zuiden via de huidige Schoolstraat / Torenstraat / Eindstraat richting Ginneken ligt dan voor de hand. Juist ten noorden van deze kern strekt het Markdal zich ver naar het oosten uit. Een groot deel van het huidige kasteelterrein, inclusief de Parade, bevindt zich in dit dal. Aannemelijk is dus dat de brede Aa zich pal ten noorden en noordoosten van de oudste nederzettingskern bevond.

Brede%20aa_wegen2_low2.jpg
De oude oost-west baan volgens Leenders, geprojecteerd op de landschapskaart van Leenders. Daarop tevens de mogelijke verbindingen met de prestedelijke nederzetting
.

Samenvloeiing Mark en Aa

De uitmonding van de Gampel (is benedenloop van de Aa) in de Mark ligt in een zeer laag gelegen deel van het Markdal. Aan de overzijde (oostzijde) van de Mark lag tegenover deze monding de laaggelegen monding van de nog niet gekanaliseerde Mosselkreek. Sporen van bewoning in de directe omgeving van Mark, Gampel en Mosselkreek ontbreken, althans in de 12e eeuw. De verwijzing in de naam Breda naar dit gebied is dus discutabel. De naamsverwijzing naar de bovengenoemde bewoningskern lijkt meer voor de hand liggend.

Brede%20aa_Markdal_low2.jpgBR-51-94_veen.jpg
Links: Het gereconstrueerde Markdal met gerelateerd archeologisch onderzoek uit de periode 1984-2007. Rechts: Veen met houtresten in de ondergrond van de Lange Brugstraat.

Haagdijk en de Brugstraten

Het is niet goed mogelijk om de Haagdijk (en de Brugstraten, waar ook een laagte moest worden overgestoken) ouder dan 1250 te dateren op basis van archeologische sporen en vondsten. Een overgang over de Mark (dus voor verkeer naar en vanuit het westen) lijkt op deze plaats voor de 12e eeuw en vroege 13e eeuw onwaarschijnlijk. De aanleg van een nieuwe westelijke ontsluiting lijkt beter te passen in een groter kader van infrastructurele werken die tussen 1250 en 1300 plaatsvonden. Denk hierbij aan de aanleg van de oudste stadsverdediging en havenfaciliteiten ter plaatse van het Huis van Brecht 9).

Tolheffing

In het hierboven geschetste model voor de vroegste bewoningsperiode past geen tolheffing door de Heren van Breda ter hoogte van de Tolbrug 10). Immers deze landweg-waterweg kruising wordt aan de hand van de archeologische sporen in de 2e helft van de 13e eeuw geplaatst. Aannemelijker lijkt dat hier goederen werden overgeslagen van water naar land. Het is immers maar de vraag hoe ver en of de Mark ten zuiden van de nederzetting bevaarbaar was en hoeverre er een achterland was dat bediend moest worden via het water.

BR-59--97_prestedelijjk.jpg
Onderzoek Kraanstraat 1997 met zicht op de oudste,12e eeuwse bewoningslagen onder de middeleeuwse bebouwing.

De heren van Breda: eigennaam versus locatienaam

De eerste vermelding (1125) van een eigennaam van Breda (de broers Ingelbertus en Arnulfus, tevens heren van Schoten 11) duikt dus op in een periode dat er een nederzetting is of ontstaat op een strategische plaats langs de Mark. Mogelijk is dit een aanwijzing dat we hier te maken hebben met een verwijzing naar de nederzetting en niet naar een streek of rechtsgebied?

Onderzoeksvragen

De bovenstaande kanttekeningen zullen meegenomen worden bij het opstellen van een gemeentelijke archeologische onderzoeksagenda. Met name bij het uitwerken van oud onderzoek zullen vraagstellingen rond de prestedelijke nederzetting, de oudste infrastructuur en het natuurlijke landschap een belangrijke rol spelen.
Duidelijk mag zijn dat dit een voorlopig en schetsmatig model is, gezien de beperkte hoeveelheid informatie uit deze periode. Voor archeologen en historici de uitdaging voor een verdere onderbouwing en een kritische benadering.

Noten
1 Buiks 2008, 160
2 Buiks 1997, 31
3 Leenders 2006, 62
4 Leenders 1996, 345
5 Leenders 2006, 32 en 129
6 de Kievith, in bewerking
7 Een in 1996 vervaardigde hoogtenkaart van de natuurlijke bodem in de binnenstad, afgeleid van opmetingen tijdens archeologisch onderzoek bevestigt de aanwezigheid van een uitstulping van het dekzand ter hoogte van de Kraanstraat. Deze kaart wordt inmiddels aan de hand van recentere projecten ge-update.
8 Midden jaren '80 is in opdracht van de toenmalige stadsarcheoloog door de vm. Rijksgeologische Dienst een kaart vervaardigd met de contouren van het Markdal ter hoogte van de middeleeuwse stadskern. Deze kaart is gebaseerd op de resultaten van enkele honderden boringen, uitgevoerd door commerciële bedrijven ten behoeve van nieuw- en verbouwprojecten. Het geeft de maximale breedte van het dal aan en is dus niet persé representatief voor de prestedelijke periode. Voor de Kraanstraat klopte echter het veronderstelde talud goed met het aangetroffen talud. Daarnaast nog de opmerking dat het een stroomdal betreft, dus de daadwerkelijke loop van de Mark zal smaller en grilliger geweest zijn, mede afhankelijk van het seizoen.
9 van den Eynde 1990, 99
10 Cerutti 1952, 32-33
11 Dillo e.a. 2000, 36

Literatuur:
- Buiks, Chr., Laatmiddeleeuws landschap en veldnamen in de Baronie van Breda. (Assen, 1997).
- Buiks, Chr., Namen van dorpen en steden in de Baronie van Breda, in: Jaarboek de Oranjeboom 61. (Breda 2008) 156-174
- Cerutti, F.F.X., De vorming der stad, in: Geschiedenis van Breda. De Middeleeuwen, dl. I. (Tilburg 1952) 26-55
- Dillo, M., G.A.M. van Synghel, m.m.v. E.T. van der Vlist. Oorkondenboek van Noord-Brabant tot 1312. II, de heerlijkheden Breda en Bergen op Zoom. (Den Haag 2000)
- Eynde, G. van den, Een haven opgegraven, in : Sarfatij, H., Verborgen steden, stadsarcheologie in Nederland. (Amsterdam 1990) 99-101
- Kievith, L.J.J. de, Intern rapport archeologisch onderzoek Kraanstraat 1997, BR-59-97. (in bewerking)
- Leenders, K.A.H.W., Van Turnhoutervoorde tot Strienemonde, Ontginnings- en nederzettingsgeschiedenis van het noordwesten van het Maas - Schelde Demergebied, 400 1350, Een poging tot synthese . (Zutphen 1996) Proefschrift Universiteit van Amsterdam.
- Leenders, K.A.H.W., Cultuurhistorische Landschapsinventarisatie gemeente Breda. (Breda, 2006). Erfgoedrapport Bre

Deel dit bericht

Nieuwsbrief