Rasenberch / Rasenbergsche Olijmolen, brouwerij omstreeks 1530
Ginnekenstraat 34 - Pondboek 996-– Kadastraal nummer A784
Het pand Ginnekenstraat 34 staat op de zuidelijke hoek van Bleekstraat. Bij dit pand is éénmaal sprake van een brouwhuis en wel in 1530.
Achter in het westen grensde het perceel aan de rivier de Mark, wat gunstig was voor de aanvoer van grondstoffen en de afvoer van producten. Bovendien was daarmee altijd voldoende water beschikbaar voor het brouwproces.
In 1562 heeft het pand de naam Rasenberg en is er inmiddels geen sprake meer van een brouwhuis, maar wel van een mouthuis of mouterij. Een mouterij produceert mout op basis van granen, door het in water te weken waardoor het graan ontkiemt, en het daarna te drogen. Dit proces heet mouten. Mout wordt nog steeds gebruikt bij de productie van bier, jenever, whisky en een aantal voedingsmiddelen.
24-1-1530 |
Cornelie Jan van Belooijs dochter, weduwe van Mercelis Mercelis Willems, heeft vercoft Jan Jan Goderts en Lijsbeth van Kuijck, zijn huijsfrou, de huijsinghen, schuere, brouhuijse, hovinge, peertstal, hovinghe ende erffenisse, mette weghe dair neven liggende, gestaen opt Ghinnekens Eijnde, neven Adriane Anthonis Verwers wedue erfg. huijs ende erve opte noortzijde ende Lenairt van Besooijen huijs ende erve opte suijtzijde, streckende vanden straten voir tot achter toe aende Marck. |
28-9-1562 |
De erfgenamen van Peter Jan Jan Goderts verkopen aan Jan Jan van Zass en Kathelijn Peter Jan Jan Goderst de huijsinge genaemt Razenberch metten mouthuijs, pleijnen, schuere, achterhuijsen, hovingen ende erffenissen, opt Ghinnekenseijnde, neven Jacop Adriaen Peter Naggers des gareelmakers huijsinge ende erffenisse opte zuijtzijde ende Jan Jacops vander Bijestraten huijsinge ende erffenisse opte noortzijde, streckende achterwaert tot opte Marck |
30-4-1566 |
Jan Jan van Zass en Kathelijn Peter Jan Jan Goderts hebben een schuld en zetten als onderpand hon huijsinge ende erffenisse genaemt Razenberch metten mouthuijz, pleijnen, schuere, achterhuijse, hovinge ende erffenisse, gestaen opt Ghinnekenseijnde |
2-1-1571 |
Jan Jan van Zass verkoopt aan Gheriden Mercelis van Deurne de huijsinge genaemt Razenberch metten mouthuijs, pleijnen, schuere, achterhuijsen, hovingen ende erffenisse, gestaen opt Ghinnekenseijnde |
19-2-1578 |
Marie Jacops van Ghilze, wedue van Gheerit Marcelis van Deurne, verkoopt Willem Anthonis Erenbouts de huijse genaempt Rasenberg metten mouthuijs, pleijne, schueren, achterhuijsen, hovinge ende erffenisse |
3-12-1596 |
Willem Anthonis Erenbouts verkoopt aan Wijnanden Cornelis van Gorp, biercruijer uit Zundert, en IJda Wouter Matheusse een huijs ende erve genaempt de Rasenberchsche Olijmolen, mette achterhuijsiinge ende hovinge daer achter, gestaen opt Ghinnekenseijnde, neven den gang oft ledige erve halff tot desen vercoften huijse ende erve ende halff tot thuijs ende erve genaempt de Runtonne toecomende Peter Willem Snellen behoorende opte noordzijde ende neven Adriaen Jan Dielis huijs ende erve opte zuijtzijde, achter te weten westwaert comende aende Marck oft riviere aldaer. |