D'Oliton, brouwerij van 1631 tot 1737

Boschstraat 35 – Pondboek 819 – Kadastraal nummer B172/B173

Het huidige herenhuis genaamd d’Oliton aan de noordzijde van de Boschstraat is volgens het jaartal in het fronton omstreeks 1791 voorzien van een nieuwe voorgevel. Ter plaatse van het huidige pand stond er voorheen twee panden, welke in 1777 in één hand zijn gekomen. Het westelijke pand van deze twee panden heette de Olijton, het oostelijk de de Biekorff.
De Olijton is al van 1574 bekend onder die naam. Deze naam zou kunnen wijzen op het bestaan van een oliemolen, waarvan in latere aktes aantoonbaar sprake is. Oliemolens zijn industriemolens speciaal gebouwd om uit oliehoudende zaden (raapzaad, koolzaad, aardnoten en lijnzaad) olie te persen. De molenaar op een oliemolen wordt meestal 'olieslager' genoemd.

In 1631 is er voor het eerst sprake van een brouwerij behorend bij het pand. Het perceel grensde in het noorden aan de waterloop de Rulle. Door de aanwezigheid van deze waterloop was er altijd voldoende water beschikbaar voor het brouwproces.
In 1697 is voor het eerst sprake van een mouterij ter plaatse. Een mouterij produceert mout op basis van granen, door het in water te weken waardoor het graan ontkiemt, en het daarna te drogen. Dit proces heet mouten. Mout wordt nog steeds gebruikt bij de productie van bier, jenever, whisky en een aantal voedingsmiddelen.
De brouwerij wordt voor het laatst vernoemd in de vestbrieven in 1776.

26-2-1574

Petere Harman Peter Hagaerts, weduwe van Peter Godert Jacop van Godewijck en haar kinderen verkopen aan Jan Claes van Heusden de huijsinge, hovinge ende erffenisse genaamd De Olijtonne, gestaan opt Gasthuijseijnde neve Claes Jans de backer huijs op d’een en Willem de backer huijs ende erve op d’andere zijde, achter achter comende aende vaert ende bouwerije aldaer

21-3-1575

Jan Claes van Heusden draagt over aan Mathijs Anthonis Vrients de huijsinge, hovinge ende erffenisse genaamd de Olijtonne. Jan Claes van Heusden wordt eigenaar van thuijs, mouthuijs, hoofken ende erve genaamd ’t Gulden Calf in de Tolbrugstraat

7-6-1575

Mathijs Anthonis Vrients, brouwer opt Gasthuijseijnde

17-2-1595

Mathijs Anthonis Vrients, olijslager

28-12-1607

De erfgenamen van Mathijs Anthonis Vrients

29-3-1623

Cornelis Jan Harmans, olieslager, heeft een schuld bij Jannen Felten Mariendaels. De eiser had deze schuldbrief gelegateert gekregen van Marie van Baerle. Hij zet als onderpand zijn huis en erf genaamd de Olietonne, gestaan op het Gasthuiseind, naast Jan Peeters des backers huis en erf op de ene zijde en Gillis Janssen huis en erf op de andere zijde, achter komende aan de rivier of waterloop aldaar

19-2-1631

Cornelien Henrick Peeters van den Rijen, weduwe van Cornelis Jan Hermans des olieslagers

11-6-1631

De erfgenamen van Peeter Hermans verkopen aan Marcelisen Jan Cornelis op Hoeckx en Cornelien Henricx Peeters de helft van het huis genaamd d’Oliton, schuur, hof en erf en de oliemolen en brouwerij daaraan behorende, gestaan op het Gasthuiseind naast het huis en erf genaamd den Bijenkorf van Jan Peeters op de ene zijde en Julius van Dorst huis en erf genaamd de Wijnkan op de andere zijde, achter noord aan de waterloop.
De andere helft behoort de erfgenamen van Margriete Hugo van Baerle

22-4-1666

Helena de Wijse, weduwe van Anselmus Hagers, secretaris der heerlijkheid Etten, verkoopt aan Anthonij van den Berselaer de helft van het huis genaamd d’Olieton, schuur, hof en erf en van de oliemolen en brouwerij met de poort en de gang op de oostzijde. de andere helft is in bezit van Neeltien Henricx van Rijen, weduwe van Marceis Janssen Coens. Het huis staat op het Gasthuiseinde naast het huis en erf de Biecorff van Mathijs Anthonissen en de stokerij en erf van het huis den Roijen Leeuw van de weduwe van Jan van den Couwenbergh op de ene zijde oost en het huis en erf de Schenckan ook van de weduwe van Jan van den Couwenbergh west, achter noord komende aan de waterloop

27-4-1673

Antonij van den Bersselaer heeft een schuld en is in bezit van de helft van het huis genaamd d’Olieton, met de schuur, hof en erf en de oliemolen en brouwerij met de poort en gang op de oostzijde, gestaan op het Gasthuiseind naast het huis en erf den Biecorff van Mathijs Anthonissen en de stokerij en erf van het huis de Roien Leeuw van de weduwe van Jan van den Couwenbergh en op de andere zijde het huis d’Schenckan van de voornoemde weduwe Couwenbergh. Zijn schoonmoeder staat borg met de andere helft van het pand

9-10-1677

Anthonij van den Bersselaer en Neeltje Henricx van Rijen, weduwe van Marcelis Janssen Coens, verkopen aan Nicolaes Knollaert, koopbrouwer, het huis genaamd d’Oliton, met de schuur, hof en erf en de oliemolen en brouwerij met de poort en vrije gang op de oostzijde, gestaan op het Gasthuiseind naast het huis en erf genaam den Biecorff van Jan Jansen van Opstal en de stokerij en erf van het huis de Roijen Leeuw van de weduwe van Jan van den Couwenberch samen oost en het huis en erf de Schenckan genaamd van de weduwe van Jan van den Couwenberch west, achter noord aan de waterloop aldaar

2-9-1679

Nicolaes Knollaert, brouwer, verkoopt aan Jan Beckers, winkelier, huis, schuur, oliemolen, brouwerij en hof genaamd de Oliton, gestaan op het Gasthuiseind.

Jan Beckers is op 20-5-1662 gehuwd met Maijke Couwenbergh, dochter van Jan Hendrick Couwenbergh, brouwer in de Roode Leeuw gelegen naast De Oliton

19-6-1697

Johan Beckers den ouden, koopman, verhuurt aan zijn zoon Jan Beckers de jonge huis, hof en erf genaamd d’Olieton, gestaan op de noordzijde van het Gasthuiseind. De brouwerij en mouterij behoudt de verhuurder aan zichzelf

11-8-1698

Jan Beckers testeert aan zijn zoon Johannes zijn huis, brouwerij en mouterij, inclusief de ketels, kuipen, koelbakken en vaten, genaamd de Olieton, gestaan op de noordzijde van het Gasthuiseinde

4-3-1737

Johan Beckers, weduwnaar van Marian Goudan, maakt zijn testament op en legateert zijn woonhuis, brouwerij en erf genaamd de Olieton, gestaan aan de noordzijde van de Bosschstraat, aan zijn dochter Maria Beckers, omstreeks 1730 gehuwd met Norbertus van den Kieboom afkomstig uit het land van Hoogstraten

1763

Norbertus van den Kieboom is deken van het brouwersgilde

11-8-1770

Norbertus van den Kieboom wordt nog genoemd als koopbierbrouwer. Hij is inmiddels blind.

10-2-1776

Er is een kwestie gerezen over reparaties aan beide brouwerijen van Norbertus van den Kieboom. Maria Beckers bepaalt dat haar schoonzoon Johannes Cornelis Timmermans de Oliton mag overnemen. Een jaar later koopt Johannes Cornelis Timmermans het naastgelegen huis genaamd den Biekorff

8-8-1808

Maria van den Kieboom, weduwe van Johannes Cornelis Timmermans, lid van de municipaliteit der stad Breda, bepaalt dat haar huis De Olijton na haar overlijden niet publiekelijk mag worden verkocht, maar na blinde lotelinge zal gaan naar één van haar erfgenamen, waaronder Cornelis Jan Raats

1832

In het kadaster wordt Cornelis Jan Raats als eigenaar vermeld.

.

Idee icoon

Mis je iets? Informatie onjuist? Ideeën?

Mail je reactie
Erfgoedweb is een initiatief van
gemeente Breda
chevron-up Scroll naar boven