Den Hooijwagen / Posthoren / Witte Leeuw, brouwerij van 1521 tot 1916
Haven 20-21A - Pondboek 715A – Kadastraal nummer A1071
Het huis de Hooijwagen staat aan de Haven. Dit pand zal kort na de standsbrand van 1490 gebouwd zijn op wat toen nog het achtererf was van het huis de Druif aan de huidige Havermarkt. In 1512 is er al sprake van een brouwerij op het terrein tussen beide huizen. De ligging aan de haven was gunstig voor de aanvoer van grondstoffen en de afvoer van producten. Bovendien was daarmee altijd voldoende water beschikbaar voor het brouwproces.
Vanaf 1535 is het pand bekend onder de naam Hooijwagen. De brouwerij is enkele keren van eigendom gewijzigd tussen de eigenaren van de Druif en van de Hooijwagen.
Vanaf 1579 is er sprake van een mouterij. Een mouterij produceert mout op basis van granen, door het in water te weken waardoor het graan ontkiemt, en het daarna te drogen. Dit proces heet mouten. Mout wordt nog steeds gebruikt bij de productie van bier, jenever, whisky en een aantal voedingsmiddelen.
In 1613 is de naam van het pand gewijzigd in de Posthoren om vervolgens in 1654 te wijzigen in De Witte Leeuw. Een posthoorn werd gezien als is een uitnodigend teken. Witte leeuw suggereert een heraldische teken.
Het nog bestaande pand Haven 21a is een Rijksmonument Het is als industrieel complex, een brouwerij behorende bij het hoofdhuis Haven 20, vermoedelijk omstreeks 1774 gebouwd. Eerder was er op deze locatie een ander pand daterend uit de 16de of 17de eeuw aanwezig, waarvan thans alleen de topgevels en een restant van de zijgevel van resteren.
In 1828 was brouwerij de Witte Leeuw de grootste brouwerij van Breda. In de hierna volgende periode bleef de brouwerij een belangrijke rol spelen voor de Bredase brouwers, omdat het tevens lange tijd de grootste mouterij van Breda was.
Eind 19de eeuw begon de industrialisatie van brouwerij de Witte Leeuw door het plaatsen van gasmotoren en een stoomketel. In die tijd beschikte de brouwerij over een bierkelder aan de huidige Markendaalseweg, waar koeling plaatsvond door middel van natuurijs.
De brouwerij heeft bestaan tot 1916, waarna deze wordt omgebouwd tot eerst een groentedrogerij, en later mineraalwater- en limonadefabriek De Kroon.
8-2-1504 |
Henrick Gorijsz. heeft gekocht uit s’heren hand een huis en erve dat wijlen Goderden Gorijsz. zijn broer toebehoorde, gestaan en gelegen omtrent de Vischmerct achter de veste neven Katelijn wedue wijlen Claes Mertensz huis en erve op deen side ende Lijsbeth Schaerts huis en erve op dander side |
27-3-1512 |
De erfgenamen van Heinrick Gorijsz en Jan van IJpelaer Gijsbrechtsz hebben verkocht aan Goossen van Goirle uten lande van Ludock een huis en erve met brouwerije omtrent de Vischmerct achter bij dezer stadt veste, neven de steghe opte zuidzijde ende Cornelis Claes Mertens erve opte noordsijde, streckende achter aen meester Aelbrechts huijsinge ende erve |
12-8-1535 |
De erfgenamen van Gooswijn van Goirle verkopen aan Jannen Gherijts sone vander Strompe de helftscheijdinge van den huijse, brouwhuijse ende erve daer achter geheijten den Hooijwagen, gestaen ende gelegen in de strate aenden stadts veste achter de vismerct. Gemeijn en ongedeelt gestaen mette wederhelft scheijdinge vanden huijsinge ende erffenissen voirs. die Godert Jan Godertsz. de brouwer. Neven de steghe op deen zijde ende Frans Jan Jan Roelofsz huijs ende erve ende Cornelie Claes Mertensz huijsfr. waren geh. den Salm ende meer andere op dandre zijde |
8-2-1547 |
Die Jan Gherijts zone vanden Strompe ende Godert Jan Godertszone de brouwer … vut ende op honnen twee huijsingen, brouhuijs, pleijne ende erffenissen met heure toebehoirten deen aende Visserstrate omtrent de Havermerct ende dander inden straete aender stadt vesten achter de vischmerct staende die sij vande kijnderen Goossens van Ghoirle voirs. ende honnen mombers vercregen hadden |
16-2-1549 |
Godert Jan Goderts zone de brouwer heeft vercoft Jannen Gherijts sone van der Strompe de helftwederscheidjinghe vanden huijse, brouhuijse ende erve daer achter geheijten den Hooijwagen in de strate aender stads vesten achter de vischmerct. Gemeijn en ongedeelt mette wederhelft scheijdinge vande huijsinghen ende erffenisse voirs. den voirgen. Jannen Gherijts sone vander Strompe van te voren toebehoirende ende hem eertijts van de kijnderen en wijlen Goossens van Ghoirle gecoft ende vercregen sijnde |
18-9-1566 |
Jenneke Merten Janssen, weduwe Jan Gherit van der Strompe verkoopt Merten Jan Claes Snellen en Ghorijs Huijgh Anssems van Luchtenbergh huijs De Druve en huijs genaamd Den Hoijwagen metten brouhuijs. De Druve is gelegen in de Visscherstraet omtrent de Havermerckt en Den Hoijwagen achter de Vest omtrent de Vischmerct, neven Anna Ghoris Meijvisch dochter, Clements Sap weduwe, huijs ende erve genaemt de Witte Leeu ende Cornelis Frans Henrich Faes zoons huijs ende erve genaemt de Zalm, beide op d’een zijde en zekere ganck oft stege aldaer op dander zijde |
10-10-1566 |
De kopers hierboven verkopen huijs en brouwerij Den Hoijwagen door aan Melis Melis Smits. Dit huis is gestaan en gelegen inde strate genaamd achter de Vest omtrent de Vischmerct en omtrent de kaije, naast het huiis genaamd Zevenbergen van Claesen Bastiaen Cristus zuid en de gang en erve tussen dit huis en het erf van Cornelie Frans Henrick Faes huis genaamd de Salm noord, achter comende aan het brouwhuijs en erve welk de verkoper tot hun huis genaamd de Druve welk zij behouden |
18-5-1569 |
Erfdeling tussen Melis Melis Smits en zijn kinderen na overlijden van Belije Ghorijs Anssems hun echtgenote en moeder. Melis behoudt De Hooijwaegen aan de nijeuwe kaaij omtrent de Vischmerct |
17-4-1578 |
Peter Herbert Goderts, schipper, koopt van de kinderen Melis Melis Smits huijs De Hooijwaegen gelegen aen de kaije. Noord een gang en zuid het huijs Zevenbergen van Jan Wouter Hendrick van Haren. Achter comend aen het huijs De Druve aen de Havermerct |
19-1-1579 |
Lijsbeth Jan Peter Verheijden verkoopt Peteren Herbert Goderts, schipper, de mouterij met cleijn huijske, camer en erve achter huijs De Druve en neven de kopers andere huis De Hooijwaegen en naast de pleijne vanden huijs en erve genaamd de Druve alnu overgevest aan Jordaen Aertssen van Bommel |
30-3-1613 |
Jan Jacob van Doren, brouwer, koopt van de erfgenamen van Peeter Herbert Goderts huijs en erve eertijds De Hooijwaegen en nu Den Posthoren genaemd. En nog een mouterij met cleijn huijske achter het verkochte huis |
6-9-1616 |
Jan Jacob van Doren, brouwer, leent geld met als onderpand zijn huis genaamd den Posthoren, met de brouwerij daaraan, aan de Vismarkt |
1625 |
Jan Jacops sone van Dorne, brouwer in den Posthoren aen de Vischmerckt heeft gepacht alle de water-, wind-, ros- en schorsmolens in de stad Breda. Hij was getrouwd met Cathelijn Cornelis Franssen en is overleden in 1625 of 1626. |
21-11-1635 |
Jan en Corstiaen zonen wijlen Geerit Corstriaens van Lochem en hun zus Cornelie 23 jaar verkopen Mathijs Jan Jacob van Doren, voor hemzelf en voor zijn zusters, een huis achter het inhuis aan de Vismarkt naast de kopers hun andere erve en mouterij behorend tot hun huis genaamd De Posthoren op de westzijde en oost huijs van Wijnant Adriaen van Weelt, achter zuid aen de gang van huis De Posthoren |
7-6-1638 |
Mathijs Jan Jacob van Doren, brouwer, verkoopt aan Cornelis Niclaes Adriaens van Overveldt, ook brouwer, het huis, brouwerij en mouterij genaemd Den Posthoorn met het huisken of wooning achter het eerste huis alnu eenen torfhoeck. Gelegen opte Vischmerct aen de havencant neve huijs Den Eenhoren van Pauwel Smits zuid en noord huijs Den Salm van de erfgenamen Cornelis Boon, achter oost huijs De Druijff. Het geheel was Mathijs toegecomen van zijn ouders |
8-5-1654 |
Isaack van Hooren, brouwer in De Witte Leeuw aen de vischmerct, gehuwd met Jacobmina Cornelis Franssen van Riel boedelhoudster en erfgename van haar eerste man Cornelis Claessen van Overvelt hebben een schuld van 450 Rgld bij Nicasius Le Clerck. Zij verbinden als onderpand hun huis, achterhuis, mette brouwerij ende alle haere toebehoorte soo cuijpen, ketels, backen als andersints van ouds Den Posthoren en nu Den Witte Leeuw genaemd, neven hun andere huis Den Salm noord en Govaert van Bavel huis zuid, achter oost hun andere huis De Druijff. Jacomina is overleden tussen april en juli 1667 |
25-10-1668 |
Catharina Cornelis van Overvelt enig nagelaten dochter van Jacobmina van Riel en Cornelis Claessen van Overvelt verkrijgt van Isaack van Hooren, de tweede man van haar moeder, huis, achterhuis, mette brouwerije en alle hare toebehoorte soo kuijpen, ketels, backen als andersints van ouds den Posthoren en nu den Witten Leeuw, nevens het huis den Salm van Jacob Dielis Schripkin noord en Govaert van Bavel huis zuid, achter te weten oost aan huis De Druijff |
10-4-1671 |
Carel Logier gehuwd met Catharina Cornelis Claes van Overvelt verkopen aan Passchier Parquin en Magdalena Jacob Schripkin huijs, packhuijs, brouwerij en mouterij, torffhoeck, vanouts Den Posthooren en nu Den Witten Leeuw genaemt. Gelegen aen de havencant aen de vischmerct neve huijs De Salm van Jacob Dielis Schripkin noord en zuid Govaert van Bavel huis De Eenhooren, oost achter aan huis De Druijff |
11-12-1704 |
Magdalena Schripkin, weduwe Paschier Parquin koopt van Antony Heijblom, mr. Brootmaecker, 1/3 deel part van huis de Salm, oost en zuid komend aan het huis en brouwerij Den Witten Leeuw van de koopster |
19-7-1723 |
De erfgenamen van juffr. Magdalena Schripkin weduwe Passchier Perquin verkopen Hendrick Heijblom coopbrouwer huis en brouwerij De Witte Leeuw, met allen de ketels, vaatwerk ende verder brouwgereetschap, met zekere stalle nu tot keuken gemaeckt welke eertijds behoord heeft van het huis De Druijff waarop Hendrick Heijblom bevallen is ten behoeve van zijn kinderen. |
9-12-1740 |
Pieter Heijblom coopbrouwer, universeel erfgenaam van zijn vader Hendrick Heijblom. Deze moet zijn overleden tussen 1737 en 1740 |
14-7-1742 |
Pieter Heijblom possesseur van huijs en brouwerij De Witte Leeuw aan de oostzijde van de haven. Hij is gedoopt op 23-8-1712 en huwt op 29-6-1750 met Josina Baesen. Hij is overleden op 27-10-1760. |
14-2-1761 |
Petrus van Bergen gehuwd met Catharina Perquin, Jan Perquin, Marie en Barbara Perquin, Levinus Franciscus Perquin, Johan Stapels gehuwd met Johanna Maria Perquin ,Cornelia Perquin, Anna, Petronella Perquin en Cornelis van Bergen namens Henrick Koijmans gehuwd met Anna Theresia Perquin erven gezamenlijk van wijlen Pieter Heijblom |
19-1-1761 |
Petrus van Bergen gehuwd met Catharina Perquin geven bij donatie aan hun zoon Cornelius van Bergen coopbrouwer huijs en brouwerij Den Witten Leeuw , inclusief de ketels, vaetwerck ende verdere brouw gereetschappen aan de oostzijde van de haven, noordw. huis De Salm, zuidw. huis van Boudewijn de Wit en achter oostw. het huis De Druijff. |
21-10-1783 |
Cornelis van Bergen, coopbrouwer, verkoopt Willem Jamez huis en brouwerij Den Witten Leeuw met nog een zoldering boven de stallinge van huis De Druijff aan de Havermarkt |
7-7-1813 |
Koopbrouwer Willem Jamez verkoopt de brouwerij aan de uit Bergen op Zoom afkomstige koopman Jacobus van der Schrieck. Hij was gehuwd met Adriana Johanna Verlegh |
1828 |
In 1828 was brouwerij De Witte Leeuw de grootste brouwerij van Breda, goed voor 20% van de lokale productie |
1832 |
In 1832 ging van der Schrieck een associatie aan met de Bredase graankoopman Jacobus van Haperen in de firma J. van der Schrieck |
1840 |
Pieter Antonie van Riel, hovenier en aannemer, wordt de nieuwe eigenaar van de brouwerij |
1841 |
De uit Zevenbergen afkomstige Leendert Ruijssenaars, bouwman, koopt het herenhuis met bierbrouwerij en mouterij, vanouds genaamd de Witte Leeuw, voorzien van twee groote vaathuijsen, bergplaats voor brandstoffe, eest, welpomp, twee graanzolders en delling, ruime kelder, … De koop is inclusief een koperen brouwketel, ter inhoudsgrootte van 40 vaten 70 kannen (65,5 hl), een dito groot 46 vaten 45 kannen (75 hl), een brouwkuip groot 39 vaten 60 kannen (64 hl) en tot mindere kwaliteit ingerigt, drie koelbakken, lekbak, met heele pomp en gijlkuip, voorts koperen akers, jagers kitten, bierwagen en bierboomen. |
1852 |
Ruijssenaars behoorde in 1852 tot de top drie onder de brouwers. Dit kan worden verklaard doordat de Witte Leeuw tot de komst van mouterij Ceres de grootste mouterij van Breda was. |
1865 |
In juli 1865 vernieuwe Ruijssenaars zijn brouwketel. Op 24 april 1868 vertrok hij naar Brussel |
1867 |
De brouwerij wordt door Leendert Ruijssenaars verkocht aan Jacob Elie Vreede. Hij vestigde zich in dat jaar in Breda en was getrouwd met Cato van Gessel. Hij was gemeenteraadslid (1872-1897) en bestuurslid van Concordia |
1872 |
In 1872 berichtte Vreede aan B&W dat er eerstdaags een gaskrachtmachine in zijn brouwerij de Witte Leeuw in gebruik zou worden genomen. De brouwerij had een bierkelder aan de Jan van Polanenkade, nu Markendaalseweg 38-42. De koeling in de bovengrondse kelder gebeurde volgens het principe van Brainard, waarbij natuurijs wordt gebruikt om koude lucht te maken, welke door de te koelen ruimte stroomt. Het ijs werd in de winter geoogst. |
1874 |
Vreede meldt hij dat enige veranderingen aan zijn brouwerij zou uitvoeren. Deze wijzigingen behelsden het geheel afbreken en vernieuwen van de ovens en de schoorsteen in de mouterij, alsmede het uitnemen en stellen van de ketels in de brouwerij |
1881 |
Vreede deed een verzoek tot het plaatsen van een stoommachine van 2 pk. Hij kreeg een vergunning op voorwaarde dat er een schoorsteen van minimaal 12 meter hoogte inclusief vonkenvanger zou worden |
1897 |
Na het overlijden van Vreede is de NV bierbrouwerij de Witte Leeuw opgericht, met Henri Velu als directeur |
1898 |
Velu doet een verzoek om de stoommachine te mogen vervangen door een gasmotor van 3,5 pk. |
1903 |
Victor Scheers volgt Velu op als directeur van de NV |
1916 |
De brouwerij heeft bestaan tot 1916, waarna deze wordt omgebouwd tot groentedrogerij |
1920 |
In de periode van 1920 tot 1952 boden de panden huisvesting aan de mineraalwater- en limonadefabriek De Kroon |