De Halve Maen / Lelie / Witte Lelie / Twee Hoefijzers, brouwerij van 1619 tot 1677 en van 1734 tot 1762

Ginnekenstraat 68 – Pondboek 1009 – Kadastraal nummer A766

In 1548 is bekend dat een brouwer eigenaar is van dit pand aan de westzijde van de Ginnekenstraat. In 1577 wordt voor het eerst de naam de Halve Maan genoteerd.
In 1624 wordt voor het eerst een brouwerij vermeld op dit langgerekte perceel. Het grensde in het westen aan de rivier de Mark. Deze ligging was gunstig voor de aanvoer van grondstoffen en de afvoer van producten. Bovendien was daarmee altijd voldoende water beschikbaar voor het brouwproces. In 1629 is de naam van het pand veranderd in de Lelie, en enkele jaren later naar de Witte Lelie. De lelie is een heraldiek teken.
In 1649 wordt een mouterij genoemd in de archiefstukken. Een mouterij produceert mout op basis van granen, door het in water te weken waardoor het graan ontkiemt, en het daarna te drogen. Dit proces heet mouten. Mout wordt nog steeds gebruikt bij de productie van bier, jenever, whisky en een aantal voedingsmiddelen.
Omstreeks 1653 verandert de naam van het pand kortstondig naar de Twee Hoefijzers. Het hoefijzer werd gezien als een brenger van geluk en bescherming tegen heksen en werd vaak aan een deurpost gespijkerd.

In 1667 is er naast de brouwerij ook een brandewijnstokerij actief en heeft het pand weer de naam de Witte Lelie. Na 1677 wordt de brouwerij niet meer vermeld, maar de mouterij en brandewijnstokerij nog wel. Na 1734 wordt er weer een huisbrouwerij genoemd. Na 1761 is deze actief als koopbierbrouwerij en mouterij. Na 1762 worden de brouwactiviteiten gestaakt.

6-3-1516

De erfgenamen van Jan van der Leck geheten van Grijmhuijsen verkopen aan Anssem Adriaen Andriessen een huijs en erf met de hof daar achteraan liggende

6-7-1521

Anssem Adriaen Andriessen en zijn kinderen verkopen aan Adriaen Jan Andriessen en Dingne Henric Meren een huijs en erf met de hof en erve daar achter aan liggende, gestaan op het Ginnekenseind naast het andere huis van de verkopers zuid en Zebrecht Cornelissen huijs en erf noord, achter op de Mark

20-11-1528

De erfgenamen van Adriaen Jan Andriessen en ook de erfgenamen van verkopen aan Digne Henrick Meren verkopen zij aan Adriaen Willem Pappen en Kathelijnen Jan Andries een huijs en erdd met de hof en werve daar achteraan liggende

29-1-1535

De kinderen van wijlen Adriaen Laureijs die men noemt Aerden Pappen verkopen aan Peteren Henric Reijners van Ghilze een huis en erf met de hof daarachter op het Ginnekenseind

2-2-1537

Peter Henrick Reijns is poorter geworden

29-11-1541

Henrick Jan Bijekens heeft een schuld bij Peter Henrick Reijners, brouwer en wonend te Breda, voor geleverd mout en het brouwen van bieren.

23-3-1548

Peter Henrick Reijns de brouwers zijn huis en erf

12-3-1557

De erfgenamen van Peter Henrick Reijns verdelen de erfenis. Digne Peter Henric Reijns, gehuwd met Cornelis Joris Andries, gedeeld op de huijsinge genaamd de Gulden Maen, hof, woningen daarachter en erf, gestaan op het Ginnekenseind

29-11-1577

Mathijs Merten Peeters, weduwnaar Digne Peter Henrick Reijns, mag tien jaar gebruik blijven maken van het huis en erf genaamd de Half Maen, gestaan op het Ginnekenseind

31-12-1613

Willem Mathijs Marten Peeter Cleijborchs, lakenkoper, verkoopt aan Goderden Peeter Claess en Elisabeth Jan Willems het huis en erf met het hof daarachter, genaamd de Halve Maene, gestaan op het Ginnekenseind

14-6-1619

Goderden Peeter Claes wordt vermeld als brouwer

3-4-1624

Godert Peeter Claessen, brouwer, verbindt als onderpand zijn huis, brouwerij, hof en erf genaamd de Halve Maen, gestaan op het Ginnekenseind, naast de erfgenamen van Frans Adriaen Frans Heijns hun huis en erf genaamd de Noordsterre en Henrick van Duns huis en erf genaamd d’Ossenhoofd

30-9-1624

Godert Peeter Claes, brouwer, verbindt als onderpand zijn huis, brouwerij, achterwoning, hof en erf genaamd de Halve Maen, gestaan op het Ginnekenseind, naast Henrick Cornelis van Duns huis en erf genaamd het Ossenhoofd en het huis en erf genaamd de Sterre van de erfgenamen van Franchois Adriaensen van Weilt

5-5-1628

Willem Henrick Spangiaerts, die de inventaris van het sterfhuijs van wijlen Godert Peter Claes heeft aanvaard, verkoopt aan Jan Henrick Crols het huis en erf met het hof daarachter, gestaan op het Ginnekenseind genaamd de Halve Maene

27-2-1629

Jan Henrick Crols, brouwer, verbindt als onderpand zijn huis, brouwerij, hof en erf, eertijds genaamd de Halff Maen en nu de Lelie, gestaan op het Ginnekenseind

1630

Jan Henrick Crols wordt als brouwer genoemd

6-9-1633

De brouwerij van Jan Hendrick Crols

8-2-1639

Jan Henrick Crols, brouwer, verbindt als onderpand zijn huis, brouwerij, hof en erf genaamd de Lelie, gestaan op het Ginnekenseind, naast Niclaes Pieck huis en erf genaamd de Ploech noord en Peeter Govaerts huis en erf genaamd het Ossenhooft zuid

15-7-1645

Jan Henrick Crols, brouwer, draagt om zekere redenen aan Nicolasa zijn dochter al zijn brouwneringe, schulden, wederschulden met het gereedschap van de brouwerij zoals ketels, kuipen, tonnen in zijn huis en brouwerij genaamd De Witte Lelie gestaan op het Ginnekenseind

20-3-1649

Jan Henrick Crols, brouwer, verhuurt voor drie jaar aan Jan Aertssen Scheun zijn huis, brouwerij, mouterij en toebehoorten gestaan op het Ginnekenseind, genaamd de Witte Lelie. De huur is inclusief de brouwketel, werkkuip, gijlkuip, meeskuip, ontzetkuip, drie koelbakken, dertien stuikmanden, vier goten, een koperen putaker, een koperen jager, een koperen vuilaker, een zoutekil, twee brouwakers, twee grote en twee kleine roergaffels, twee trekhaken, een spitriek, vier bierstellingen in de kelder

6-4-1650

Jan Henrick Crols verbindt als onderpand zijn huis, brouwerij, hof en erf genaamd de Witte Lelie, gestaan op het Ginnekenseind, naast het huis, brouwerij en erf genaamd het Wit Cruijs van Jacob van Doren noord en het huis en erf genaamd het Ossenhoofd van de erfgenamen van Peeter Govaerts van den Craenmeir zuid, achter west komende met het hof tot aan de Mark of rivier

18-2-1653

Jan Henrick Crols verkoopt aan Adriaen Peter Redis en Margriet Cornelissen van den Kieboom het huis, achterhuis, brouwerij, hof en erf van ouds de Witte Lelie en nu de Twee Hoefijsers, gestaan op het Ginnekenseind, naast het huis genaamd het Wit Cruijs van Jacob van Doren noord, en huis, en erf genaamd d’Ossenhoofd van de erfgenamenvan Peter Govaerts aan de zuidzijdem achter westwaards met het hof komene tot aan het water

9-4-1667

Margriet van den Kieboom, weduwe Adriaen Peter Redis, verkoopt bij krachte van vonnis aan Cornelis Peeters van Miert, brandewijnstoker, en Cathelijn Wouters van Broeckhoven huis, achterhuis, brouwerij, brandewijnstokerij, hof en erf van ouds genaamd de Witte Lelie, gestaan op het Ghinnekenseind, naast huis, brouwerij en erf genaamd de Roij Clock van Quireijn Henrick Hermans noord en huis en erf genaamd d’Ossenhoofd van de erfgenamen van Peeter Govaerts zuid, achter te weten westwaards komende met het hof tot op het water

27-4-1675

Cornelis Peeters van Miert, brandewijnstoker, verkoopt aan Gijsbrecht Goossens van Bernagien het huis, achterhuis, oude brouwerij, brandewijnstokerij, hof en erf van ouds genaamd de Witte Lelie, gestaan op het Ginnekenseind, naast het huis, brouwerij en erf genaamd de Roij Clock van Quirijn Henrick Hermans noord, en het huis en erf genaamd d’Ossenhoofd van de erfgenamen van Peeter Govaerts zuid, achter west komende met het hof tot op het water aldaar

20-3-1677

Gijsbrecht van Bernagien, wonend te Terheijden, verkoopt aan Jan Fiers, meester metselaar, zijn huis, mouterij, brandewijnstokerij, stalling, hof en erf genaamd de Witte Lelie, gestaan op het Ginnekenseind, naast het huis, brouwerij en erf genaamd de Roode Klock noord en het huis en erf genaamd d’Ossenhoofd zuid, achter westwaards met het hof tot op het water of Mark aldaar

21-11-1679

Jan Fiers, meester metselaar, verhuurt aan Jacomina van Bergen, weduwe Laureijs de Bruijn, huis, mouterij, stallinge en brandewijnstokerij, hof en erf genaamd De Witte Lelie, gestaan op het Ginnekenseind voor één jaar

8-2-1683

Jan Fiers, meester metselaar, verkoopt aan Jacob van Orten en Pitronella Wouters huis, mouterij, brandwijnstokerij, stal, hof en erf van ouds genaamd de Witte Lelie, gestaan op de westzijde van het Ginnekenseind

5-2-1686

Jacobus van Oorten, brandewijnstoker als testamentair erfgenaam van zijn vrouw Pitronella Wouters, verkoopt aan Willem Knapen een huis, mouterij, brandewijnstokerij, stal, hof en erf genaamd de Witte Lelie, gestaan op de westzijde van het Ginnekenseind

1-8-1690

Willem Knapen, brandewijnstoker, verkoopt aan Pieter Costermans, huisbrouwer, het huis, mouterij, brandewijnstokerij, stal, hof en erf genaamd de Witte Lelie, met het recht van de gang daar zuid aan gelegen, gestaan op de westzijde van het Ginnekenseind

12-8-1734

Maria Elisabeth Costermans verkoopt aan Cornelis van de Broek, koopbrouwer, en Teresia de Greef een huis, huisbrouwerij, mouterij, brandewijnstokerij, hof en erf genaamd de Witte Lelie met het recht van de gang daar zuidwaards aan gelegen, gestaan op het Ginnekenseind, naast het huis, brouwerij en erf genaamd de Roode Klock van Franciskus Claesens noord en het huis en erf genaamd d’Ossenhoofd zuid, achter west met het hof tot op het water, inclusief ketels, slangen, bakken, kuipen en verder gereedschap tot de brouwerij en brandewijnstokerij behorend.

De verkoopster heeft dit via haar vader Michiel geerfd van haar grootvader Pieter. Michiel Costermans was huisbrouwer en gehuwd met Ida Elisabeth La Horn

2-12-1739

Cornelis van de Broek en Anna Teresia de Greeff verkopen aan Pieter van den Nouwland een huis, huisbrouwerij, mouterij, brandewijnstokerij, hof en erf van ouds genaamd de Witte Lelie en nu de Witte Son met het recht van de gang daar zuidwaards aan gelegen, gestaan op het Ginnekenseind, naast het huis, brouwerij en erf genaamd de Roode Klock van de weduwe van Francis Claessens noord, en het huis en erf genaamd het Ossenhoofd van de erfgenamen van Jacobus Beckers zuid, achter west komende met het hof tot op het water of Mark. De koop is inclusief de ketels, bakken, kuipen en verder gereedschap tot de brouwerij en brandewijnstokerij behorende

21-2-1761

Anna Maria van de Laar, weduwe van Pieter van den Ouweland en huisbierbrouweresse, verkoopt aan Dionisius van de Goorbergh, koopbrouwer, het huis, bierbrouwerij en nu een koopbierbrouwerij, mouterij, hof en erf genaamd de Witte Lelie met het recht van de gang daar zuidwaards aan gelegen, gestaan aan de westzijde van het Ginnekenseind, naast het huis, brouwerij en erf genaamd de Roode Klock van Josephus en Catarina Clasens noord, het huis en erf genaamd het Ossenhoofd van Norbertus Uijthoven zuid, achter westwaards komende het met het hof tegen het water of de Mark aldaar. Bij de koop zijn inbegrepen de ketels, bakken, kuipen, tonnen, vaten en alle andere brouwgereedschappen die tot de brouwerij en mouterij behoren

23-8-1762

Dionisius van de Goorberg, koopbrouwer, verkoopt aan Francis Hoppenbrouwer, meester zeemberijder, een huis, brouwerij, mouterij, hof en erf, genaamd de Witte Lelie, met het recht van de gang daar zuidwaards aan gelegen, gestaan op het Ginnekenseind, naast het huis, brouwerij en erf genaamd de Roode Klock van Hendrik em Catharina Claessens noord en het huis en erf genaamd het Ossenhoofd van Norbertus Uijthooven, achter westwaards met het hof tegen het water of Mark aldaar

16-9-1762

Francois Hoppenbrouwers, meester zeemberijder verbindt als onderpand zijn huis, brouwerij, hof en erf genaamd de Witte Lelie, met het recht van de gang daar zuid aangelegen, gestaan aan de westzijde van het Ginnekenseind, naast het huis en brouwerij genaamd de Roode Klock van Josephus en Catarina Clasens noor en het huis en erf genaamd het Ossenhoofd van Norbertus Uijthoven zuid, achter west komende met het hof tegen het water of Mark aldaar

1-6-1776

Francis Hoppenbrouwers, meester velblutter, verkoopt aan Peter Boijen en Catharina van Kampen een huis, pakhuis, hof en erf genaamd de Witte Lelij, met het recht van de gang daar zuidwaards aan gelegen, gestaan aan de westzijde van het Ginnekenseind, naast het huis, stokerij en erf genaam de Roode Klok van Cornelis de Haas noord en het huis en erf genaamd het Ossenhoofd van Norbertus Uijthoven zuid, achter west komende met het hof tegen het water of de Mark aldaar

3-12-1789

Pieter Boijen verkoopt aan Cornelis Vlamincx, wonende te Bavel, een huijsinge, pakhuijsinge, hovinge en erf genaamd de Witte Lelie

6-2-1790

Cornelis Vlamincx verkoopt aan Rijnier Rijken, meester metselaar, een huijsinge, pakhuijsinge, hovigne en erf genaamd de Witte Lelie, gestaan aan de westzijde van de Ginnekenstraat.

Renier Rijken is geboren te Dussen en gehuwd met Hendrina van Zon geboren te Raamsdonk.

28-1-1791

Renier Rijken koopt van Joseph Bekkers ook de gang aan de zuidzijde van zijn huis

Idee icoon

Mis je iets? Informatie onjuist? Ideeën?

Mail je reactie
Erfgoedweb is een initiatief van
gemeente Breda
chevron-up Scroll naar boven