De Haen / de Roode Haen, brouwerij van voor 1546 tot 1723
Ginnekenstraat 2 – Pondboek 980 – Kadastraal nummer A813
Het huis de Haan stond aan het Ginnekenseind, direct buiten de oude stadsgracht aan de middeleeuwse Ginnekensepoort. (Eindpoort) Het perceel grensde aan de noordzijde aan het water van de gracht en aan de westzijde aan de Mark. Deze ligging was gunstig voor de aanvoer van grondstoffen en de afvoer van producten. Bovendien was daarmee altijd voldoende water beschikbaar voor het brouwproces.
De eerste vermelding van een brouwerij en mouterij hier ter plaatse stamt uit 1546. Een mouterij produceert mout op basis van granen, door het in water te weken waardoor het graan ontkiemt, en het daarna te drogen. Dit proces heet mouten. Mout wordt nog steeds gebruikt bij de productie van bier, jenever, whisky en een aantal voedingsmiddelen.
Helaas is de reeks van eigenaren niet aaneensluitend te volgen. In 1558 is er sprake van dat de brouwerij tijdelijk niet in gebruik is. Vanaf 1723 wordt er op dit perceel geen brouwerij meer vernoemd.
14-5-1546 |
Erfgenamen Jan Gherijts Hooge verkopen aan Aerden Lambrechts IJgrams de huijsinge, mouthuijs, achterhuijs, brouwhuijs, hovinge ende erfenisse opt Ghinnekenseijnde aende oude Ghinnekenspoorte, neven de Marck op deen zijde ene Wouter Mathijs Emondts huijzinge ende erffenisse, op dander, achter comende aen de Marck lopende achter t’Ghinnekenseijnde |
22-1-1550 |
Aert Lambrecht IJgrams vestigt een cijns op zijn huijsinge, brouhuijs, hovinge ende erffenisse opt Ghionnekenseijnde aen de oude Ghinnekenspoorte, neven der stadt oude vesten opte noortzijde ende Wouter Mathijs Emondts huijs ende erve opte zuijtsijde, achter comende aende Marck |
1552 |
Aert Lambrecht IJgrams verkoopt aan Cornelisen Jan Mathijs een huijs ende erve metten mouthuijs, brouhuijs, hovinge ende erfenisse daer achterstaende ende liggende, opt Ghinnekenseijnde aen de oude Ghinnekenspoorte neven de Marck op deen zijde ende Wouter Mathijs Emondts huijsinge ende erfenisse op danderzijde achter oick komende aende Marck loopende achter t’Ghinnekenseijnde |
1558 |
Joos van Gilse, eijgenaer van vii huijsen, vi verhuert. Brouwerij achter ledich |
2-10-1586 |
Joost Peters van Ghilze heeft een schuld bij zijn zwager Lenaert Anthonis de Haen ter saecken van verteerde mout |
14-12-1589 |
IJde Bernaerts de Hooge verkoopt een cijns die zij heeft geerfd van haar oude vader Gerit de Hooge, die Jan Gheerits Hooge eertijts vuijt ende op zijn huijs ende erve ende vuijten hove daeraen liggende, gestaen ende gelegen tot Breda aen Ginnekenseijntsche oude poorte, neven de stadt oude veste opte noortsijde ende Mathijs Wouter Eemonts huijsinge opte zuijtzijde streckende achterwaert aen de Marck |
26-6-1616 |
Geertruijt van den Broeck verklaard dat Wijnant van Bernagien bovenstaande cijns deugdelijk heeft afgelost |
28-11-1616 |
Wijnant Goos van Bernagien, oud 32 jaar en brouwer in De Haen, is deken van het brouwersgilde |
5-5-1628 |
Cornelis Corn. van Ghils verkoopt aan Wijnandt Goossens van Bernagien, brouwer, de huijsinge, en erfenisse en metten erve daaraan liggende, tegenover de Poederthoren achter de huijsinge en brouwerije genaamd de Haen van de koper, over de oude brug opt Ginnekenseijnde, oostwaard aan Adriaen Lenaerts de Haen erfgenamen huis en erve op het Ginnekenseind, westwaards aan de Mark of waterloop en noord de stads oude vesten |
28-1-1651 |
Maria Biens, weduwe van Gosewinus van Bernagien, verhuurt huijs en brouwerij De Haen aen Peeter Peeter Leijten voor 3,5 jaar. Huur is 150 gld. per jaar |
11-1-1653 |
Maria Eijckbergh, weduwe van Goswinus van Bernagien, die brouwer was, verkoopt Michiel Jan van de Nouweleijnde, brouwer, huijsinge, achterhuijsinge, brouwerije en erve genaamd den Haen met ook twee schuren, hof en erve daar achter, aen de oude Ghinnekenseijndsche brugge, naast de marck oft water noord en west, Johan van Velthoven huis zuid. De brouwerij is verhuurd aan Peeter Peeter Daem Leijten |
16-9-1671 |
De kinderen van Michiel van den Nouwelant verkopen aan hun moeder en behout moeder de helft van huijsinge, achterhuijsinge, brouwerije ende erve genaamd den Haen, inclusief de twee schueren, hof en erve daarachter, gelegen aan de oude Ginnekenseijntse brugge en brouwerij De Haen aen de oude Ghinnekeneijndsebrugge. De inkoop is includief alle de brouwgereedschappen, kuipen, ketels, backen, tonnen, vaten, vlooten, onderbacken en alles tot de brouwerij behorende |
8-3-1703 |
Bij de verdeling van de erfenis Anna van der Raek, hun moeder en schoonmoeder, erft Cornelia van den Nouwelandt, gehuwd met Geerardus Le Court, de huijsinge, brouwerije, mouterije, schueren, hovingen en erve genaamd de Rooden Haen, aan de oude Ginnekenseijntse brugge, met de ketels, kuijpen, backen, tonnen, vaeten, sacken en alle andere gereetschap. Geerart Le Court wordt al coopbrouwer genoemd bij zijn huwelijk met Cornelia op 3-7-1689. Hij is dan weduwnaar van Maria de Roij en Cornelia weduwe van Michiel Rommens |
1711 |
In 1711 en andere jaren is Le Court deken van het koopbrouwersgilde |
13-6-1714 |
Geerart Le Court, koopbrouwer en gehuwd met Cornelia van den Nouwelant, sluit enkele grote leningen af voor de opvoeding van zijn vier zonen en ook de voortzetting van de brouwerij. |
20-6-1718 |
De kinderen van Geraerdt le Court en Cornelis van den Nouwelant verkopen aan Walteris van Gool, 24 jaar oud, de huijsinge, brouwerije, schuere, stallinge, hoff en erve genaamd den Rooden Haen, uitgezonderd het brouwgereedschap, gelegen aan de westzijde van het Ginnekenseind, omtrent de brugge, naast het huis van de erfgenamen van Guilliam Vleeshouwers zuid en noord en west strekkende tot op de rivier de Mark. |
9-7-1723 |
Op verzoek van Walteris van Gool leggen drie meester metselaars een verklaring af over de in 1720 gedane reparatie van de muer voor zijn huis Den Rooden Haen over een lengte van 308 voet. In deze akte staat ook dat hij het huijs heeft gekocht van de stad Breda. |
Walteris van Gool is koopman in wijnen en in 1719 gehuwd met Johanna van de Lemmer. Johanna overlijdt op 17-11-1742 en Walteris op 25-2-1748. Hun kinderen zijn Antonij, Elisabeth en Johannes. |
|
27-2-1787 |
Johannes van Gool, rooms pastor binnen Breda en Cornelis Blondel, verkopen aan Hugo Cantzlaer, procureur, eene huijsinge, pakhuijsingen, stallinge, hovinge en erve, gestaan aan de westzijde van het Ginnekenseijnde bij de brugge aldaar, oost de straat, west en noord de Marke en zuid de erve van mevrouw Stickers |
3-3-1800 |
Hugo Cantzelaer verkoopt aan Maria Johanna Struijk, weduwe van Ludovicus Ingenhousz, een hegte, sterke, weldoortimmerden en seer cogeable huijsinge, pakhuijsinge, stallinge, hoving, plijne en erve, gestaan op de westzijde van de Ginnekenstraat, naast de huijzinge en erve van de weduwe Fabrij zuid, noord de Marke, oost de straat, ten pondboek no. 980. |