Den Grooten Posthoorn, brouwerij van 1697 tot 1712
Ginnekenstraat 40 – Pondboek 1000 – Kadastraal nummer A778
Het huis de Korenschepel stond aan de westzijde van de Ginnekenstraat. Later is dit eigendom gesplitst in de Grote Posthoorn en de daarnaast aan de zuidzijde gelegen Kleine Posthoorn. Het perceel grensde aan de achterzijde aan de Mark, wat gunstig was voor de aanvoer van grondstoffen en de afvoer van producten. Bovendien was daarmee altijd voldoende water beschikbaar voor het brouwproces.
In 1697 is er voor het eerst sprake van een brouwerij en mouterij. Een mouterij produceert mout op basis van granen, door het in water te weken waardoor het graan ontkiemt, en het daarna te drogen. Dit proces heet mouten. Mout wordt nog steeds gebruikt bij de productie van bier, jenever, whisky en een aantal voedingsmiddelen. Enkele jaren later is er ook sprake van een brandewijnstokerij.
Na 1720 zijn de brouwactiviteiten gestaakt.
29-4-1637 |
De erfgenamen van Cornelis Wouter van Rijckevorssel verkopen aan Willem Panck Geerits de huijsinge en erf genaamd de Corenschepel nu twee huijsen zijnde,met tussen beide een poort en gang met twee woningen en de hof daar achter, gestaan op het Ginnekenseijn naast Corstiaen van der Daesdonckx huijs en erf genaamd de Rat zuid en FransCornelissen huijs en erf genaamd de Wolff noord, achter west komende tot op het water |
17-3-1638 |
Willem Panck Geerits verkoopt aan Antonij Philipsen van Dooren, brouwer, de huijsinge en erf genaamd den Corenschepel nu twee huijsen szijnde met tussenbeide een poort en gang met twee wioningen en hof daar achter |
12-11-1674 |
Perijntje Cornelis Robbens, weduwe van Anthonij Philipsen van Dooren, verkoopt aan Cornelis Geeritsen van der Burght en Geertruijdt de Wolff de huijsinge en erf nui twee huizen zijnde vanouds de Corenschepel en nu de Grote en Cleijnen Posthooren genaamd met de poort en gang met twee woningen tussen beide en de hof daar achter |
2-11-1697 |
Cornelis Geertsen van de Burght, coopbrouwer verkoopt aan Sebastiaen Lips het huis en erf nu twee huizen zijnde van ouds genaamd den Corenschepel en nu den Grooten en Cleijnen Posthoorn, hebbende tussen beide een poort en gang, met de brouwerij, mouterij en hof daarachter, gestaan aan de westzijde van het Ginnekenseind, naast huis, hof en erf genaamd het Spoorken van de erfgenamen van Claes Claessen van Overvelt zuid en het huis, brouwerij, hof en erf genaamd den Wolff van Adam Heijblom noord, achter west komende tot op het water |
9-8-1710 |
Uit de nagelaten boedel van Helena Hermssen Vlught, weduwe van Sebastiaen Rombout Lips, in zijn leven koopbrouwer en brandewijnstoker, wordt aan Hendrick Buijcx, hovenier buiten de Boschpoort, en Cornelia Wouter Lanslot Aertsen verkocht een huis, brouwerij, brandewijnstokerij, mouterij met een vrije gang daarnaast en teven het hof daarachter gelegen genaamd den Grooten Posthoorn, gestaan op de westzijde van het Ginnekenseind, naadt het huis en erf genaamd de Clijnen Posthoorn nu mede aan de zussen Anna en Adriaentje Crol verkocht en het plein, hof en erf van het huis van ouds genaamd het Spoorken en nu de Twee Climmende Leeuwen van Michiel Heijblom allen op de zuidzijde en noord het huis en erf genaamd den Wolff van voornoemde Heijblom, achter met het hof komende aan de Mark aldaar |
11-1-1712 |
Adriaen Henrick Buijcx verkoopt Dielis Olislagers en Hendrina Melis een huis, brouwerij, brandewijnstokerij, mouterij, met een vrije gang daarnaast en tevens het hof daarachter genaamd Den Grooten Posthoorn, gestaan op de westzijde van het Ginnekenseind, naast het huis en erf genaamd de Kleijnen Posthoorn van de zussen Anna en Adriaentien Crol en het plein, hof en erf van het huis genaamd de Twee Klimmende Leeuwen van Michiel Heijblom zuid, en het huis en erf genaamd de Wolff van Michiel Heijblom noord, achter west met het hof komende aan de Mark |
24-12-1720 |
Dielis Olislagers, weduwnaar Hendrina Melisse, verkoopt aan Barent van Doesburgh, mr. timmerman, en Cornelia Plent een huis, hof en erf genaamd de Grooten Posthoorn, op de westzijde van het Ginnekenseind, naast het huis genaamd de Cleijne Posthoorn van de zussen Anna en Adriaentien Crol en het plein, hof en erf van het huis genaamd de Twee Klimmende Leeuwen van Guillimus van Gils zuid, en het huis genaamd de Wolff van Franciscus Michiel Heijblom noort, achter west komende met het hof aan de Mark |
13-6-1750 |
De erfgenamen van Barent van Doesburgh verkopen aan Hendricus Damen eene huijsinge, stallinge, hoff en erve met eenen vrijen ganck daarnaast, genaamd den Grooten Posthoorn, gestaan op de westzijde van het Ginnekenseijnde, naast de huijsinge en erve genaam den Cleijnen Posthoorn van Antonia de Wijse en de pleijne, hovinge en erve van het huijs genaamd de Twee Klimmende Leeuwen van Peeter van den Goorbergh samen zuid en de huijzinge en erve genaamd de Wolff van Jacob Cuijper noord, achter west komende metten hoff aan de Mark |
14-5-1761 |
Hendrick Daamen verkoopt aan Arnoldus Biemans eene huijsinge, stallinge, hoff ende erve met eenen vrijen ganck daarnaast, genaamd den Grooten Posthoorn, gestaan aan de westzijde van het Ginnekenseijnde, naast de huijsinge en erve genaamd den Kleijnen Posthoorn van Antonia de Wijse en de pleijne, hovinge en erve van het huijs genaamd de Twee Klimmende Leeuwen van Johannes Hoffen samen op de zuidzijde ende huijsinge en erve genaamd den Wolff van Jacob Kuijper noord, achter west komende met den hove aan de Marck aldaar |
4-7-1772 |
De nagelaten boedel van van Arnoldus Biemans en Johanna Rulens wordt verkocht aan Jan Baptist van Reuth, coopman, eene huijzinghe, stallinge, hoff en erve met een vrijen ganck daarnaast, genaamd den Grooten Posthoorn, gestaan op de westzijde van het Ginnekenseijnde, naast de huizinghe en erve genaamd den Kleijnen Posthoorn van Thomas van Enneten ende pleijne, hovinge en erve van het huijs genaamd de Twee Klimmende Leeuwen van Johannes Hoffen samen op de zuidzijde en de huijzinge en erve genaamd de Wolff van de weduwe van Jacob Kuijper op de noordzijde, achter west komende met den hobe aan de Marck |
9-7-1789 |
Pietronella van Rijn, weduwe van Jan Baptist van Reuth in zijn leven koopman, verkoopt aan Nicolaas Joseph Dieudonnez eene huijzinge, stallingen, hof en erve met een vrije gang daarnaast, genaamd den Grooten Posthoorn, gestaan op de westzijde van het Ginnekenseijnde, naast de huijsinge en erve genaamd den Klijnen Posthoorn van de weduwe van den Broek en de plijne, hovinge en erve van het huijs genaamd de Twee Klimmenden Leeuwen van de weduwe Johannes Hoffen tesamen zuid en den huijsingen en erve genaamd de Wolff van de weduwe van Naarssen noord, achter westwaards komende met den hove aan de Marck |
18-6-1799 |
Nicolaas Joseph Dieudonne, capitein van de geweldige provoost, verkoopt aan Johannis Floris en Catharina van der Flaas eene huijsinge, stallinge, hovinge en erve met een vrijen gang daarnaast, genaamd den Grooten Posthoorn, gestaan op de westzijde van de Ginnekenstraat, naast de huijsinge van de erfgenamen van den Broek zuid en de huisinge, brouwerije etc. genaamd de Wolff noord, pondboek nr. 1000 |