Fonteijne / Fontijn, brouwerij van 1539 tot 1560
Karrestraat 26-28 – Pondboek 506 – Kadastraal nummer A931
Er is voor het eerst sprake van een brouwerij in het pand Karrestraat 26-28 in het jaar 1539. Er is in ieder geval een brouwerij actief tot het jaar 1560.
Vanaf 1563 is er geen sprake meer van een brouwerij, maar wel van een mouterij. Een mouterij produceert mout op basis van granen, door het in water te weken waardoor het graan ontkiemt, en het daarna te drogen. Dit proces heet mouten. Mout wordt nog steeds gebruikt bij de productie van bier, jenever, whisky en een aantal voedingsmiddelen. De mouterij komen we in ieder geval in archiefakten tegen tot 1599.
Vanaf 1581 heeft het betreffende pand de Fontijn.
16-12-1539 |
Cornelis Peters van Arendonck vestigt een cijns op zijne huijsinge, achterhuis, brouhuijse en erve ende uten hove dair achter aen liggende, gestaan in de Karstrate, neven Kathelijn Cornelis Betten wedue huijs ende erve opte noortzijde ende Godschalck Jans z. van Meghen huijs ende erve opte suijtzijde, achter comende aen Philips Peter Heeren hof ende erve |
12-1-1545 |
De erfgenamen van Cornelis van Arendonck verkopen aan Goderden Henricx van den Broeck en Kathelijnen Dijrck Aertssen de huijsingen, brouhuijse, hovinge ende erffenisse, in de Karstrate, neven Godschalck Jans van Meghen huijs ende erve en ook eensdeels Jaspar Wiltens en zijn vrouw en kijnderen hovinge ende erffenisse opte zuijtzijde ende Kathelijn Cornelis Betten weduwe huijsinge ende erffenisse opte noortzijde, achter te weten westwaert comende aan wijlen Philips Peters Heeren wedue en kijnder hovinge ende erfenisse |
1-7-1560 |
Godert Henricx van den Broeck betaalt een cijns op zijn huijsinge, brouhuijs, hovinge ende erffenisse, gestaen inde Karstrate, neven Godschalck Jans van Megen huijs ende erve en eensdeels Jaspar Wiltens ende zijne huijsinge, hovinge ende erffenisse beide opte zuijtzijde ende Kathelijn Cornelis Betten wedue huijsinge ende erffenisse opte noortzijde, achter westwaert comende aen wijlen Philips Peters Heeren wedue wendekijnder hovinge ende efrenisse |
15-6-1563 |
Godert Henricx van den Broeck verkoopt aan Bouden Adriaen Henricx van der Mijl de geheele huijzinge, mouthuijs, hovinge ende erffenisse gestaen inde Karstraete neven Kathelijn Jaspar Wiltens huijsinge ende erffenisse opte noortzijde en wijlen Godschalck Janz van Megen kijnderen en erfgenamen en ook eensdeels Janz Zegers alias Potters priester vicecureijts der kercke vande Hage hovinge ende erfenisse beide opte zuijtzijde, achter te weten westwaerts comende aen Gheritz Merlijn hovinge ende erfenisse |
26-1-1581 |
Bouden Adriaen Henricx van der Mijl verkoopt Anthonisen Adriaens van Put de huijzinge, mouthuijs, hovinge ende erfenisse genaemt de Fonteijne, gestaen inde Karstrate nevens Goderts van Luchtenberch ende Kathelijn Jaspar Wiltens huijs, hof ende erve ende Kathelijn Mertens van Burenmalsen wedue huijs ende erve van dese huijzinge eertijds vercoft zijnde en voirts Anne Godschalcx van Megen hoff ende erve, achter comende aen mr. Godert Roelants hovinge ende erfenisse van deze huijsinge oick eertijts vercoft zijnde |
13-4-1599 |
De erfgenamen van Anthonis Adriaenssen van Put verkopen aan Peeteren Aert Peeter Goris de huijsinge, mouthuijs, hovinge ende erffenisse genaempt de Fonteijne, gestaen in de Karstrate. |