23 september 2019

Een molenberg in de Molenstraat

molen 14e eeuw_low.jpg


Hans de Kievith

Inleiding

Over de windmolen waaraan de Molenstraat zijn naam ontleent is uit historische bronnen bijzonder weinig bekend. In 1331 is een eerste vermelding van een molen in de rolrekeningen waarin de kosten van de bouw van de stadsmuur worden beschreven. Daar is sprake van aanvoer van bouwmaterialen (...) van der wintmolen te voren aen die veste. (1) In 1364 is er echter alleen nog sprake van een “molenberghe” (2) en in 1415 slechts van een “molenwerf”. (3) 
De heren van Breda zullen ongetwijfeld de initiatiefnemers van de bouw zijn geweest, aangezien zij het alleenrecht op het bouwen en bezit van molens hadden (het recht van de wind). Zij hebben dat in het Land van Breda strikt toegepast.(4)
Het type windmolen waar we hier mee te maken hebben is de standerdmolen. Bij deze molen kon het hele huis, en dus ook de wieken en het maalmechanisme ronddraaien rond een zware houten spil. Alle middeleeuwse windmolens in de Lage Landen waren van dit type.

kleine molenstraat_portrait_low.jpg Molenstraat Ortho_low.jpg
Afb. 2 en 3. Links de hoek Molenstraat-Oude Vest op een uitsnede van een luchtfoto uit de jaren '30 en rechts op een actuele opname. In kleur het bouwblok waaronder de molenberg met windmolen zich bevond. Gelijk daarachter het Kleine Molenstraatje.  Een goed  referentiepunt is hoek  Kloosterplein- Molenstraat middenonder.  (foto links Aviodrome Lelystad id.7697)

Locatie

De locatie van de molen was al vanuit historische bronnen min of meer vast te beredeneren (5); tussen de huidige Oude Vest en het voormalige Kleine Molenstraatje. Dit was een steeg aan de westzijde van de Molenstraat niet ver van de hoek met de Oude Vest. (afb.2)
Bij het archeologisch onderzoek dat is uitgevoerd na afbraak van de huizenrij aan de Oude Vest in het begin van de jaren ’80,  kon de exacte locatie van de Molenberg worden vastgesteld. Er werden namelijk delen gevonden van een forse ronde plaggenconstructie, ongetwijfeld ter versteviging en bekleding van een molenberg. (afb.4,5)

Locatiekeuze

De bouw van een windmolen en de aanleg van een molenberg op deze locatie lijkt, beredeneerd vanuit het toenmalige landschap, reliëf en stedelijke structuur een goede keuze. De locatie sloot aan op de aarden stadswal, lag op een dekzandrug in een ruraal stadsdeel, met direct ten zuidwesten een laag gelegen gebied, het latere Nonnenveld. Op die manier was er geen enkele beperking in de windvang.

BR-01-83-3015_low.jpg BR_I_83_B11_low.jpg
Afb. 4 en 5. Links de sporen van de rondlopende plaggenwal zoals deze onder de zestiende eeuwse (en jongere) bouwsporen zichtbaar werd. Rechts een archeologische vlaktekening met daarop alle aangetroffen sporen op het op dat moment opgegraven vlak.

Aanleg aarden wal en stadsmuur

Wat betreft de aarden verdedigingswal en de oude stadsgracht gaan we er vanuit dat deze tussen 1260-1280 zijn aangelegd. De eerste vermelding van de gracht of wal dateert uit 1308.(6) Archeologische vondsten uit akkerlaag direct onder de aarden stadswal, die dus ter hoogte van de huidige Molenstraat direct op de middeleeuwse akker werd opgeworpen duiden op een datering in de late dertiende eeuw. De molenberg is vermoedelijk als een halfcirkelvormige heuvel later tegen de wal opgetrokken.

Vanaf 1331 werd er een stenen stadsmuur opgetrokken waarbij de aarden wal volledig of deels intact bleef. De muur werd aan de grachtzijde van de wal gebouwd. Er moet een flink grondverzet hebben plaatsgevonden om de wal goed aan de muur aan te laten sluiten. (afb.6)

molenstraat-def_low.jpg
Afb. 6. De besproken sporen en structuren  uit de dertiende-vijftiende eeuw op het kadastraal minuutplan van 1824.
Legenda:  1) aangetroffen deel van plaggenwal.  2) reconstructie Molenberg. 3) laat dertiende eeuwse aarden stadswal. 4) stadsmuur vanaf 1331. 5) Gevangentoren, 2de helft veertiende eeuw. 6) muurwerk en houten structuur, 2de helft dertiende eeuw 7) zandwinningskuil ? 

Molenwerf

In 1364 is er sprake van een ” idel hofstat, metten molenberghe aen dander side”. (7) De molen is dan klaarblijkelijk afgebroken en vermoedelijk is dan ook de bijbehorende bebouwing verdwenen.
Bij de bouw van de Gevangentoren, later in de veertiende eeuw, aan de binnenzijde stadsmuur, moet er opnieuw een grootschalig grondverzet hebben plaatsgevonden. Immers de aarden wal  en de aanliggende molenberg moesten ter plekke afgegraven worden. Daarmee verandert de aard van het terrein. De "berg" wordt een "werf". In 1415 is er dan alleen nog maar sprake van een molenwerf. (8)

gevangenentoren_low.jpg Aviodrome_gevangentoren_low.jpg
Afb. 7 en 8. Situering van de in 1825 afgebroken veertiende eeuwse Gevangentoren op de hoek van de Molenstraat en Oude Vest. Links de bekende opmetingstekening van Koelewijn de Geus uit 1825, rechts een uitsnede van een luchtfoto uit de jaren '30 van de vorige eeuw met "nieuwbouw" op deze locatie. (Foto's, coll.Stadsarchief Breda, id.19590007  en Aviodrome Lelystad id.7697)

Kleine Molenstraat

Aan de noordzijde van de kleine Molenstraat stond tot in de jaren ’60 de (stads-) boerderij van Feskens.(afb.10) Een begrip bij oudere Bredanaars. Na afbraak en archeologisch onderzoek in 1982  werden tegen de funderingen van de boerderij resten van een middeleeuws gebouw aangetroffen dat op grond van de  baksteengrootte in de dertiende eeuw kon worden gedateerd.(9) Aan de oostzijde hiervan stond heeft een houten structuur die als opslagruimte zou kunnen worden geïnterpreteerd hoewel de gelijktijdigheid niet vaststaat.

Het is mogelijk dat we naast de molenberg met windmolen aan de zuidzijde van de kleine Molenstraat, aan de noordzijde te maken hebben met het restant van een woon- bedrijfsgebouw (met waterput). Daarmee zou de Kleine Molenstraat van oorsprong geen steeg zijn maar de toegang tot een middeleeuws bedrijfsterrein.

19640003_low.jpg 19640002_low.jpg
Afb. 9 en 10. Links de Kleine Molenstraat, gezien vanuit de Molenstraat, vlak voor de afbraak van het gehele bouwblok. Rechts de boerderij van Feskens, rechts aan het eind van het straatje. Onder deze bebouwing werden bij opgravingen in 1982 dertiende eeuwse bouwsporen gevonden. (Foto's : H.A. Hagen, coll. Stadsarchief Breda , id. 9640003 en 9640002)

Zandwinning?

In 1991 werd tijdens grootschalig archeologisch onderzoek, voorafgaand aan de bouw van de nieuwe bibliotheek, een groot deel van oude bebouwing met de achterliggende erven aan de westzijde van de Molenstraat opgegraven.(10) Opmerkelijk is dat de bebouwing lijkt te starten met een laat veertiende eeuws stenen woonhuis, halverwege de straat. Ten noorden en zuiden hiervan ontstond houten bebouwing in de loop van de vijftiende eeuw.
Vóór de eerste bebouwing lijkt dit stadsdeel nog als akker te in gebruik te zijn. In deze akker werd in 1991 een grote uitgraving met een langwerpige afgeronde vorm aangetroffen. De afmetingen waren globaal 50 x15 meter bij een maximale diepte van ca. 1.20m, gerekend vanaf het middeleeuwse maaiveld. (afb.11,12) De bodem lag ruim boven het grondwaterniveau, er was dus geen sprake van een drenkplaats of iets dergelijks.  De uitgraving had een flauw talud en was geërodeerd door wind en water. Dat zou kunnen verklaren dat er geen schopsteken (meer) zichtbaar waren. Humeuze laagjes op de bodem wijzen er op dat de ontgraving langere tijd heeft bestaan. Vondstmateriaal op de bodem duidt op een datering tussen de late dertiende eeuw en vroege veertiende eeuw.
Een mogelijke verklaring is dat we hier te maken hebben met grootschalige zandwinning ten behoeve van de aanleg van de molenberg. De afstand tussen de afgraving en de molenberg bedroeg immers niet meer dan circa 50 meter. Door instuiving en inspoeling is er een gelaagdheid ontstaan. Uiteindelijk is de laagte opgevuld bij het bouwrijp maken van de betreffende percelen.

geul_1.jpg geul_2.jpg
Afb. 11 en 12. Links het opschonen van de opgevulde zandwinningskuil. Rechts een deel van een dwarsdoorsnede door de kuil.

Latere ontwikkelingen 

Een groot deel van het terrein rond de Kleine Molenstraat komt vermoedelijk in de vijftiende eeuw in eigendom van de Tafel van de Heilige Geest. Dit was een armeninstelling die zorg droeg voor de bedeling. Het overgrote gedeelte van hun inkomsten was afkomstig uit cijnsen en pachten. Hoe deze instelling het terrein beheerde is niet bekend, evenals hoe en wanneer de overdracht door de heer van Breda heeft plaatsgevonden.
In 1504 is het  terrein deels bebouwd met “cameren”, deels onbebouwd en omschreven als "erven en hoven". Het huis op de hoek met de Molenstraat was ook eigendom van Tafel van de Heilige Geest. Het gebouw wordt door van Hooijdonk betiteld  als opslagplaats.(11)  Achter dit huis strekte zich een perrceel uit waar zich in het begin van de zestiende eeuw een rosmolen bevindt.(10). De locatie komt overeen met de molenwerf maar over het eigendom van dit terrein en van de rosmolen is verder niets bekend.
In 1504 worden de percelen verkocht aan particulieren met nadrukkelijke toestemming van de heer van Breda. (12) Vanaf dat moment krijgt de Kleine Molenstraat het aanzicht van een dichtbebouwde steeg met een perceelstructuur die tot in het begin van de jaren ’60 intact bleef.(afb.9)
De percelen die vrijkwamen bij afbraak van de stadsmuur en het afgraven van de achterliggende aarden stadswal in 1536/37 worden in 1554 deels aangekocht door de stadstimmerman voor een huis en werkplaats.(13) Een ander deel wordt ingenomen door een nieuw aangelegde straat langs de stadsgracht. De Gevangentoren blijft als een middeleeuws relict tot aan de sloop in 1825 staan.

Noten
Afb. 1 Verluchtiging uit een Vlaams manuscript, de Alexanderroman. Deze illustratie stamt uit 1344 en laat een middeleeuwse standerdmolen zien. (collectie Bodleian Library Oxford Ms. Bodl 2)
1-  Brekelmans 1977, p.6
2-  van Hooydonk, z.j., Molenstraat
3-  Cijnsregister Tafel Heilige Geest van Breda, 1415. fol. 36 THG193 (1) Aert van der Molen, op siin erve, gheleghen bi den molenwerf
4-  Leenders 1978, p.95
5-  a.d.h.v. van Hooydonk z.j., Molenstraat
6-  Brekelmans 1977, p.4
7-  van Hooydonk z.j., Molenstraat
8-  THG193 (1) fol. 36
9-   29/30 x 14 x 6,5 cm
10- Molenstraat 8 tm. 28. Alle resterende percelen, ter plekke van de huidige bibliotheek, die in 1982/83 nog niet onderzocht waren.
11-  van Hooydonk z.j., Molenstraat
12- idem
13- idem 

Literatuur
Brekelmans, F.A., ‘De middeleeuwse omwalling van Breda’, in Jaarboek De Oranjeboom XXX (1977)
Eynde, G. van den, Carmiggelt, A. en Kamphuis, J., Het huis Ocrum, de geschiedenis van een monumentaal pand (Breda 1996)
Hooydonk J.A. van, De middeleeuwse straten van Breda,ongepubliceerd manuscript (Breda z.j.)
Jayasena, R.M., Sporen van een 14e-eeuws stadverdedigingswerk. Breda, Molenstraat/Oude Vest(’s Hertogenbosch, 2003).BAAC rapport 03.076. 
Kievith, H. de en Otten, G., ‘”De stads oude wallen”, Archeologisch onderzoek en archiefonderzoek naar de middeleeuwse stadsverdediging vullen elkaar aan’, in ErfgoedBrief Breda, nummer 14, voorjaar 2010. (Breda, 2010)
Kievith, H. de, de laagte van het Nonnenveld, In Erfgoedweb (Breda, 2019)
Leenders, K.A.H.W., ‘De molens in en om het land van Breda, Deel I, in Jaarboek De Oranjeboom XXIX (1976).
Leenders, K.A.H.W., De molens in en om het land van Breda, Deel II, in Jaarboek de Oranjeboom XXXI (1978).
Leenders, K.A.H.W., Cultuurhistorische Landschapsinventarisatie gemeente Breda (Breda, Gemeente Breda, 2006). ErfgoedRapport Breda 1.

Deel dit bericht

Nieuwsbrief