22 april 2016

De toren van de hertog

Hans de Kievith 


In dit artikel probeer ik vanuit een hernieuwde interpretatie van het archeologisch onderzoek in 1992 naar de Polanenburcht  een beter beeld te krijgen van de loop van de stadsmuur aan de noordwestzijde van de middeleeuwse stad.  De veronderstelling is nu dat zich onder de torenfundering en zaalmuur van deze burcht een restant bevindt van een uitzonderlijk grote muurtoren met een aanliggend stadsmuur fragment uit de hertogelijke periode (1327-1339) Deze interpretatie werpt een ander licht op de ommuurde stad en op verhouding tussen stad en burcht. 

Inleiding

Met de vondst van een deel van de veertiende-eeuwse stadsmuur tijdens rioolwerkzaamheden aan de Oude Vest en het Kloosterplein in 2015  is het tracé van de muur rond het zuidoostelijke gedeelte van de middeleeuwse stadskern nauwkeurig te reconstrueren.(1) Ook de aansluiting met de in 1827 afgebroken Gevangentoren aan de Oude Vest (op het voorplein bij de bibliotheek) is nu in kaart gebracht. (2)
Alleen op het terrein van het Kasteel van Breda blijft de loop van de stadsmuur, in samenhang met  door Jan II van Polanen gebouwde burcht, onduidelijk. Deze burcht moet tussen 1350 en 1362 zijn gebouwd. Rond 1332 wordt echter al gestart met de bouw van de stadsmuur. Verondersteld wordt dat het de bouw start in de nabijheid van de oude burcht en snel in oostelijke richting vordert.

allesporen2_low.jpg  
Vereenvoudigde allesporen kaart met het oudste torenfundament en aansluitend muurwerk in groen. Reconstructies zijn gearceerd.

Archeologisch onderzoek Polanenburcht 1992

In 1992 werd aan de westzijde van het Kasteel van Breda, tussen de twee achtervleugels een deel van de burcht van Jan II van Polanen opgegraven. Het betrof de resten van de noordwestelijke toren en twee aansluitende zaalruimten. Met deze vondst konden twee zijden van de burcht gelocaliseerd worden.
Bij de aanleg van het renaissancepaleis onder graaf Hendrik III werd een deel van de burcht afgebroken. Het laatste restant, de zogenaamde Polanentoren werd in pas 1827 afgebroken.(3)

De opgegraven hoektoren tussen de twee zalen was merkwaardig genoeg iets anders georiënteerd dan beide zalen. Uit onderzoek naar de funderingen bleek dat deze toren opgebouwd was op de funderingen van een oudere toren. Deze moet ten tijde van de bouw van de Polanenburcht afgebroken zijn en opnieuw opgebouwd. Nu als kasteeltoren, met behoud van de iets afwijkende oriëntatie.(4) De oudste toren had vermoedelijk een vierkant grondplan van circa 10 bij 10 meter buitenwerks, met een dikte van circa 1.80 meter. Het had aan de buitenzijde een plint van Doornikse kalksteen. Daarvan is slechts de onderste laag bewaard gebleven. Dit zal de waterzijde van de toren geweest zijn.
Aansluitend op dit ouder torenfundament werd ( in verband) een muurfragment  van circa 80 cm. breed gevonden dat als het ware ingeklemd is geraakt in de jongere zaalmuur van de Polanenburcht. Oudere sporen dan dit torenfundament  werden overigens niet aangetroffen.(5) De funderingen zijn aangelegd in een pakket met afwisselende veen- en zandlagen.

toren.jpg
Linksboven is duidelijk zichtbaar dat één van de torens van de Polanenburcht een andere oriëntatie had. Onder deze toren bevindt zich het oudere torenfundament. In het zware muurfragment centraal op de foto zit een muur ingebed  die we nu als stadsmuur interpreteren.

Burcht of toren?

Van den Eynde gaat er vanuit dat deze toren en dit muurfragment behoorde bij een versterking uit de periode tussen 1327 en 1339. De heerlijkheid Breda was toen eigendom van de hertog van Brabant. Een kleine 25 jaar later zou deze grotendeels zijn afgebroken om plaats te maken voor een nieuwe burcht.(6)
Naar mijn mening zijn er echter onvoldoende argumenten om de gevonden torenfundering als onderdeel van een burcht te beschouwen. Er zijn geen samenhangende funderingen gevonden op plaatsen waar deze wel te verwachten waren. Het aansluitende muurdeel is opvallend smal. Ter vergelijking: de buitenmuur van de zaalruimte van de latere Polanenburcht heeft een breedte van 1.60 meter. Een breedte van 80 cm. komt meer overeen met die van de stadsmuur zoals we die op talloze locaties teruggevonden hebben. Deze heeft rond de gehele stad een breedte variërend tussen de 80 en 120 cm. 
Aan de binnenzijde van wat Van den Eynde in 1993 nog als buitenmuur van de oude burcht interpreteert werd een compact loopniveau aangetroffen. Hij houdt de mogelijkheid open dat dit een buitenruimte betreft binnen een oud burchtcomplex. (7) Aan de buitenzijde (=noordzijde) is een loopvlak aangelegd met een compacte massa mortel en puin op circa 0 cm.+NAP. Hieronder bevindt zich een vondstenloze veenlaag.
Met de veronderstelling dat de afgebroken toren geen deel uitmaakte van een burcht maar fungeerde als verdedigings- of vluchttoren (en deel uitmaakte van de stadsmuur die vanaf 1332 werd aangelegd) zouden we meer grip kunnen krijgen op het stadsmuurtracé aan de noordwestzijde van de stad.

torenfundering.jpg
Aan vanuit het oosten op de opgegraven toren met rechtsonder het oudste fundament, nog bekleed met één rij Doornikse steen.  De  natuurstenen bekleding daarboven is uit een jongere fase. Links de zestiende eeuwe stortkoker

Gelijkenis met stadsmuurfundering op andere locaties

In 2005 werd aan de Markendaalseweg bij Carré Markenhage de fundering van de stadsmuur aangetroffen in de vorm van poeren die diep door het veen heen op het dekzand waren gefundeerd en onderling verbonden waren met simpel uitgevoerde spaarbogen. Als mortel diende een zandig soort leem dat hooguit “plakte” maar niet uithardde. In datzelfde jaar werd in de stadsmuurfundering onder het huidige appartementencomplex Marquant aan de Markendaalseweg  ook een spaarboog waargenomen. Deze funderingswijze komt sterk overeen met de documentatie zoals die in 1992 is gemaakt van een spaarboog die in de fundering van de bovengenoemde kasteelmuur werd aangetroffen.

spaarboog kasteel.jpg  spaarboog Slokker.jpg
Spaarbogen in de fundering van de veronderstelde stadsmuur op het kasteelterrein (links) en aan de Markendaalseweg (rechts)

Tracé van de stadsmuur over het huidige kasteelterrein

Indien deze toren een onderdeel vormde van de stadsmuur, zou het tracé tussen de voormalige Nispen toren (waarvan de locatie op het voorplein van het huidige kasteel globaal bekend is) en de in 1992 opgegraven toren gereconstrueerd kunnen worden. Echter, de verdere  loop (en datering) van de stadsmuur is hoogst onzeker, niet alleen op het westelijk deel van het kasteelterrein maar in feite tot aan Kraanstraat. Daar werd in 1997 al geconstateerd dat de locatie van de stadsmuur afweek van het te verwachten tracé en dat de muur op deze locatie op z'n vroegst in de late veertiende eeuw kon worden gedateerd.   In deze context worden de uitgaafposten zoals vermeld in de rolrekeningen uit 1333 in het hertogelijk archief interessant omdat er sprake is van een toren achter het Hof. Deze lag "voer dat water". In de toren werd blauwe steen verwerkt. (8)
In 1992 werd ook geconstateerd dat aan de noordwestzijde van de Polanenbucht (en ook dus van de oudere toren en veronderstelde stadsmuur) geen gracht aanwezig was. Het lijkt erop dat het eerder  genoemde aanlegvlak is aangebracht op een nat en drassig terrein, dat misschien deels  onder water stond.
De vraag blijft natuurlijk wat de status was van terrein dat de stadsmuur aan de noordwestzijde van de stad  omsloot. Toch een ouder burchtterrein dat al in 1198 genoemd werd ?
Een groot deel van het kasteelterrein is nooit archeologisch maar het zullen met name grootschalige ingrepen op het kasteelterrein in de vijftiende en zestiende eeuw zijn die de beantwoording van deze vraag op dit moment niet mogelijk maken. Ironisch omdat juist deze ingrepen een voor Nederland uniek kasteelcomplex hebben voortgebracht.

muurtracé2.jpg
Het stadsmuurtracé tussen de opgegraven muurtorens in het Valkenberg en de veronderstelde toren die in 1992 is opgegraven

Noten
1 https://erfgoed.breda.nl/nieuws/uniek-kijkje-in-de-bodem-van-de-binnenstad/
2 https://erfgoed.breda.nl/nieuws/nieuwe-waarneming-stadsmuur/
3 van Wezel 1999, 42
4 van den Eynde 1993, 4
5 van den Eynde 1993, 4
6 van den Eynde 2013, 39    
7 van den Eynde 1993, 6  8 Brekelmans 1977, 9  Mogelijk als Doornikse kalksteen te interpreteren

Geraadpleegde bronnen:

Brekelmans, F.A., ‘De middeleeuwse omwalling van Breda’, in Jaarboek De Oranjeboom XXX (1977). Erfgoedweb: https://erfgoed.breda.nl/erfgoed/archief/opgraving-markendaalseweg-2004-05/
Erfgoedweb: https://erfgoed.breda.nl/erfgoed/archief/markendaalseweg-carr%C3%A9-markenhage-2005/
Eynde, G. van den,  Intern Rapport opgraving KMA/kapel, BR-45-92, concept,ongepubliceerd. (Breda, 1993)
Eynde, G. van den, ‘Van verf naar bakstenen’, in Jeroen Grosfeld e.a., ‘…Een thans niet meer bestaande schilderij, Eerste verkenningen van het schilderij ‘Christus en de Samaritaanse vrouw bij de stad Breda’ (Breda, 2013).
Wezel, G.W.C. van, Het paleis van Hendrik III graaf van Nassau te Breda (Zwolle, Zeist, Waanders, Rijksdienst voor de Monumentenzorg, 1999). ISBN: 90-400-9257-5.

Deel dit bericht

Nieuwsbrief