Strijpenseweg (Prinsenbeek)

Gebieden
1500 tot heden
  • De Strijpenseweg in 1962, na de verharding. Foto: C.T. Lohmann. (Beeldbank Stadsarchief Breda)  

De toponymist Chr. Buiks heeft de eerste vermelding van Den Strijpenschen wech aangetroffen in stukken uit 1533. De naam Strijpenseweg werd afgewisseld met Strijpensestraat, bijvoorbeeld de Strijpense straete in 1670. In 1604 spreekt men van De Groote Weijde teynden den Strijpenschen wech, aende Schootsche strate. Werden de namen Schootsestraat en Strijpenseweg door elkaar gebruikt? De verklaring Buiks is eenvoudig: de weg naar het gebied de Strijpen.
Volgens de historisch-geograaf Karel Leenders was de Strijpenseweg een beemdenweg, de centrale toegang tot De Strijpen en de doorgaande weg naar de Haagse Dijk en Zwartenberg. Volgens Buiks worden de Strijpen al vermeld vanaf 1434. Strijp of streep is volgens Buiks een lang en smal perceel, vaak in de dorpsakker, maar ook in moergebieden. Moeren (percelen waar turf werd gestoken)werden uitgegeven in kleine strookjes. Voor eigen gebruik had een boer hier enkele jaren voldoende aan.
Op 3 augustus 1949 besloot de gemeenteraad van Beek (N.B.) de nummering per wijk in de gehele gemeente te vervangen door een nummering per straat. In 949 werd de naam Strijpenseweg bevestigd. Op 1 juli 1951 werden de nieuwe plaatsnaam en gemeentenaam Prinsenbeek, de nieuwe straatnamen en de nieuwe huisnummers in n keer ingevoerd. De Strijpenseweg loopt tegenwoordig door in de richting van de molen van Zwartenberg onder Etten. Het is dus een min of meer doorgaande weg. Het fietspad dat er naast ligt is dus niet overbodig.

De Strijpen

Volgens Buiks worden de Strijpen al vermeld vanaf 1434. Beemts opde Strepen, 1436. Beemden in Halle opte Strypen, 1499. De Gemeyn Strypen of Gemeen Strypen worden vermeld vanaf 1528. Strijp of streep is volgens Buiks een lang en smal perceel, vaak in de dorpsakker, maar ook in moergebieden. Moeren werden uitgegeven in kleine strookjes. Voor eigen gebruik had een boer hier enkele jaren voldoende aan. Buiks vermeld de Hoge Strijpen (vanaf 1505), de Lage Strijpen (vanaf 1474), de Lange Strijpen (vanaf 1568), de Noordstrijpen (vanaf 1667) en de Ooststrijpen (vanaf 1713).

Natuurgebied

De Strijpen maken tegenwoordig deel uit van het Staatsbosbeheerobject de Haagse Beemden, dat ongeveer 150 hectare groot is. Het gebied De Haagse Beemden ligt op de overgang van de hogere zandgronden naar het boezemgebied van de Mark. Dit gedeelte had vroeger een waterbergingsfunctie, wanneer de Mark het overtollige water niet meer kon bergen. Het is een zeer gevarieerd gebied, dat ook een gevarieerd beheer vraagt. Staatsbosbeheer probeert de veenputten open te houden om snel dichtgroeien tegen te gaan.
STR033B_Strijpenseweg.jpg
De Strijpenseweg door de polder Strijpen in 1961. De Strijpenseweg was toen nog een onverharde weg met een spontaan fietspaadje er langs. Foto: C.T. Lohmann. (Beeldbank Stadsarchief Breda)

Gemeen Strijpensstraatje

De Strijpenseweg had enkele doodlopende zijstraatjes. Volgens het kadastraal minuutplan van 1824 had de Strijpenseweg nog een zijstraatje in westelijke richting, vanaf de Verloren Hoek, ten zuiden van de doorgaande Strijpenseweg, het Gemeen Strijpens Straatje. Buiks noemt dit het Strijpensstraatje. Het bestaat niet meer. Het zal met een ruilverkaveling wel verdwenen zijn. Het straatje liep naar een gedeelte van de Strijpen dat de Gemene Strijpen genoemd werd. Gemene duidt op gemeenschappelijk gebruik als hooiland. 

Jochumenstraatje

Buiks geeft een vermelding van een Jochumenstraatje in 1709: Omtrent den Strypensenwegh in Jochumenstraetjen. Waarschijnlijk genoemd naar een grondeigenaar hier. 

Angelweg

In de legger van openbare wegen van Beek (N.B.) uit 1948 komt de Angelweg voor, een kort, doodlopend weggetje aan de noordzijde van Strijpenseweg, vlak bij de gemeentegrens met Etten-Leur. De Angelweg bestaat tegenwoordig nog wel, maar is blijkbaar geen openbare weg meer. De Angel wordt volgens Buiks al vermeld vanaf 1514. 1694: In den Angel onder den Polder van Halle. 1732: Ontrend den Swartenberghsen Dyck in den Angel. Angel, ‘angel, haak, ook vishaak’. Is het een vormaanduiding? Het gebied heeft inderdaad de vorm van een pijlpunt als men als grenzen de Zwartenbergsedijk en de Halderdonksevliet neemt, zegt Buiks

Literatuur

Chr. Buiks, Veldnamen in de voormalige gemeente Princenhage (Breda, nog uit te geven).
K.A.H.W. Leenders, Cultuurhistorische landschapsinventarisatie gemeente Breda (Breda, 2006). ErfgoedRapport Breda, nummer 1.

Ook interessant

Straatnamen Prinsenbeek
Straatnamen Prinsenbeek 1500 tot heden
Prinsenbeek (lang de Beek genoemd) maakte tot 1942 onderdeel uit van d...
Gebieden
Verloren Hoek (Prinsenbeek)
De huisnummering werd in de stad Breda ingevoerd door de Fransen in 17...
Gebieden
Schutsestraat (Prinsenbeek)
Deze straat wordt volgens de toponymist Chr. Buiks al in 1499 genoemd ...
Gebieden
Vianendreef, 'Koffiestraat' (Prinsenbeek)
Vianendreef (Prinsenbeek) 1650 tot heden
Karel Leenders noemt de Vianendreef een ontginningsweg langs de zuidra...
Gebieden
Prinsenbeek zelfstandige gemeente
Tot 1796 hoorde (Prinsen) Beek, ook parochieel, bij Princenhage. In 17...
Gebieden

Locatie

Deel dit artikel

Facebook Twitter

Nieuwsbrief