Booronderzoek Seeligkazerne 2009

Archeologie
1550 tot 1870
1 / 2
  • Een van de 55 grondboringen op het terrein van de Seeligkazerne  
  • 7
    Locatie van de grondboringen geprojecteerd op de kaart van Bogaerts uit 1863  

Op het terrein van de Seeligkazerne, aan de zuidzijde van de Fellenoordstraat, heeft een uitgebreid boor- en grondradaronderzoek plaatsgevonden. Doel hiervan was vast te stellen of er nog resten van de oude vestingwerken met de daarbij behorende molen, ravelijnen en aarden buitenwerken in het plangebied aanwezig waren en of deze resten nog zodanig bewaard waren gebleven dat ze betrokken konden worden bij de planvorming rondom de Nieuwe Mark.

BR-236-09_topo_low.jpgBR-236-09_1824_low.jpg
Het booronderzoek geprojecteerd op de huidige topografie en het kadastraal verzamelplan 1824, aangevuld met een reconstructie van de vesting anno 1682

Onderzoek in zone A

Het gebied waar systematische boringen zijn gezet is te verdelen in zone A en B. Zone A ligt direct aan de Fellenoordstraat. Zone B is meer zuidelijk, richting de witte huisjes gelegen. In een cluster boringen binnen het deelgebied A is puin of mogelijk zelfs muurwerk opgeboord. Dit muurwerk lag op een flinke diepte en heeft mogelijk behoord tot de vestingwerken. De vestingkaart laat zien dat deze boringen vlakbij of misschien zelfs op de verbreding van de vesting ten behoeve van de watermolen zijn gelokaliseerd. Ook stuitte een nabijgelegen boring op een diepte van meer dan 4 meter op een hard element, mogelijk hout, baksteen of natuursteen. Ook dit element kan onderdeel zijn geweest van de vestingmuur of de inlaat voor het water van de watermolen.
Bij het grondradaronderzoek lijken twee spoorconcentraties een rechthoek te vormen die overeenkomt met de locatie waar de vesting een sprong naar buiten maakt voor de fundamenten van de watermolen. Deze spoorconcentraties komen ook overeen met de zone waar bij de grondboringen puin of muurwerk is aangetroffen. Ten noorden van de boringen waarin mogelijk muurwerk is aangetroffen is op geringe diepte  dekzand opgeboord. De aanwezigheid van onverstoord dekzand op deze diepte is een indicatie dat op deze plaats de wal van de vesting heeft gelegen, en deze de onverstoorde ondergrond heeft afgedekt. In een aantal boringen tussen deelgebied A en B is vooral grof zand opgeboord, dit is geïnterpreteerd als een in één keer dichtgegooide gegraven waterloop, de binnengracht dus.

BR-236-09_ BN de stem fotograaf Ben Spekenbrink. jpg.jpg BR-236-09_1.jpg
Links een foto uit dagblad de Stem met resten van de Grote Sluis. Rechts het grondradaronderzoek met een quad en bijbehorende meetapparatuur (foto links: archief BN de Stem, Ben Spekenbrink)

Onderzoek in zone B

De aanwezigheid van kleilaagjes in een aantal boringen in het zuidelijk deel van het plangebied gaf aan dat de bodem op deze plaatsen niet is vergraven voor een gracht. Waarschijnlijk zijn deze kleilaagjes juist bewaard gebleven omdat er een zandlichaam overheen is gelegd ten behoeve van het ravelijn Balfort. Zo geeft de aanwezigheid van natuurlijke kleilagen onder het ravelijn de omvang van het ravelijn weer. Het zand van het ravelijn zelf verschilt niet van het zand waarmee de gegraven waterlopen zijn dichtgegooid (vermoedelijk omdat dit zand van het ravelijn afkomstig is en het water is ingeschoven). Hierdoor ontstaat een soort omgekeerd profiel: waar het zandpakket nu dikker is (3,5 m of meer), was water; waar het zandpakket dunner is (1,5-2m) en op natuurlijke kleilagen ligt, was het ravelijn.

BR-236-09_4.jpg BR-236-09_3.jpg
Eén van de 55 boringen waarbij zorgvuldig de opgeboorde grondlagen worden bekeken en nagezocht op vondsten

Muurwerk

Er is geen muurwerk gevonden dat de rand van het ravelijn kan hebben versterkt. Dit bevestigt het beeld dat met name aan de oostzijde van de stad verdedigingswerken met muren bekleed werden. Daar zou de kans op beschietingen groter zijn. De resultaten van het grondradaronderzoek versterken het beeld uit de boringen: Het ravelijn Balfort kan op verschillende dieptes worden onderscheiden van de waterlopen er omheen. Wat wel uit het grondradaronderzoek naar boven komt, maar niet in de boringen is aangetroffen, is de aanwezigheid van kleinschalige sporen, mogelijk te interpreteren als muurwerk.

Ook interessant

Opgraving molen het Fortuijn 1986
In het voorjaar van 1986 heeft er rond de sloop van de verbrande ...
Archeologie
Opgraving Chassépark zuidzijde 1999
In het voorjaar van 1999 werd bij de sloop van het toegangsgebouw ...
Archeologie
Ontmanteling van de vesting
In de tweede helft van de negentiende eeuw werd de verdediging van Ned...
Gebieden
Ombouw vesting door Willem III
In 1682 werd in opdracht van stadhouder-koning Willem III de vesting B...
Gebieden

Locatie

Deel dit artikel

Facebook Twitter

Downloads

Nieuwsbrief