Ruijt, brouwerij van 1543 tot 1588
Vlaszak 10-14 – Pondboek 251 - Kadastraal nummer B505
De eigenaar van het pand Veemarktstraat 64 verkoopt in 1543 een deel van zijn achtererf, wat grenst aan stads oude vesten. Tegenwoordig heet deze straat de Vlaszak. De koper is een brouwer. Er is dan al sprake van een bouwhuis.
In 1573 heeft het pand inmiddels de naam de Ruit gekregen. Vanaf 1581 heet het pand de Drie Ruiten.
De laatste vermelding van brouwactiviteiten die is teruggevonden is uit 1588.
17-1-1543 |
Matheeus Peter Denijs Heecx de tijmmerman heeft vercoft Cornelisen Noijt Peters zone de brouwer een huijs, brouhuijs ende erffenisse ende metten hove daer aen liggende, gelijc de voirgen. Matheeus dat nu ter tijt bepaelt ende met gelijnt utgescheijden, ende dezelve Matheeus zekeren tijt geleden die op een deel van de hovigne ende erffenisse die eertijts van Frans Anthonissen vercregen hadde getijmmert heeft, gestaen inde strate aende oude stadt vesten achter de Gasthuijsstrate, neven d’erve vanden Zwerte Zusteren op d’een zijde ende Peter Janssen des droochscheerders hof ende erve op d’ander zijde, achter comende aen Cornelis Jan Wilbraecx hof ende erve. Metten wech ende erve die tot desen huijse behoirt zonder dat ijemandt anders recht daer toe heeft te weten vanden huijse voirs. af totten bornput toe staende tusschen dit erve ende Peter Janssen voirs. erve. Ende daer en boven heeft en sal dit huijs ende erve hebben een gebruijckwech over de wech, ganck oft stege liggende tusschen Cornelis Wilbraecx ende Jan Zebrechts huijsen ende erve om daer over van d’uterste af des weechs die tot desen huijse ende erve alleen behoirt voirgeruert totter Gasthuijsstraten toe vut ende inne te mogen wegen |
14-12-1548 |
Cornelis Noijt Peters zone de brouwer verklaart dat hij een jaarlijkse cijns moet betalen vut ende op zijn huijz ende erve ende uten hove daer achter aen liggende d’welck hij eertijts van Matheeusen Peter Denijs gecoft heeft, gestaen inde nieuwe strate achter de Gasthuijsstrate loopende neven der stadt oude vesten aldaer, neven de huijsinge ende erffenisse van de Zwerte Susters opte zuijtzijde ende Cornelis Wilbraecx de hoeffsmits hof ende erve opte noortzijde, achter te weten oostwaert comende aen Peter Jans zoons van Eeckeren hof ende erve ende over een ganck oick vutwegende tot voir toe nde Gasthuijsstrate |
21-11-1571 |
Cornelis Jacops van der Bijestraten en Jan Back zijn gezamenlijk schuldig jaarlijks vut te reijcken vut ende op hon huijs, brouwhuijs ende erfenisse, d’welck zij van Gielisen Peter IJsacx ende wijlen Barbare Lambrecht Ruijseners zijnre huijsfrou gecoft hebben, gestaen inde strate aende oude stadt vesten achter de Gasthuijsstrate, neven d’erve vanden Zwerten Zusteren tot Breda op d’een zijde ende wijlen Peter Janssen des droochscheerders hof ende erve op d’ander zijde, achter comende aen Cornelis Jan Wilbraecx hof ende erve. Mette wech ende erve die tot desen huijse behoirt ende mette gebruijckwech over den wech, ganck of stege totter Gssthuijsstrate toe vut ende in |
26-3-1573 |
Cornelis Jacops van der Bijestraten en Jan Back ehbben vercoft Willem Peter Jan Boomaerts thuijs, brouwhuijs ende erffenisse genaemt de Ruijte ende metten hove daer aen liggende |
24-3-1581 |
Willem Peter Jan Boomaerts heeft vercoft Jannen Jans Piggen ende Lijsbethen Godert Jacops van Godewijck, thuijs, brouhuijs ende erffenisse genaemt de Ruijte metten hove daer aen liggende, gestaen inde strate neven deser stadt oude vestenachter de Gasthuijsstrate |
14-7-1581 |
Jan Jans Piggen en Lijsbeth Godert Jacops van Godewick stellen als onderpand onder andere hon huijs ende erve genaemt de Drie Ruijten achter de Zwerte Zusters erfkens |
6-12-1588 |
Jan Jan Pauwels Piggen en Jan zijn sone en Lijsbeth Godert Jacops hebben vercoft Adriaen Anthonis Huijgen, timmerman, thuijs, brouhuijs ende erffenisse genaempt de Drije Ruijten ende metten hove daer aen liggende, mitsgaders oock omtrent drije roeden erfs |
8-3-1606 |
Jacop harman Jaspars heeft gehuurd van de kinderen van wijlen Adriaen Anthonis Huijgen het huijs ende erve ende metten hove daer aen liggende, gestaen achter de veemerct omtrent de veste |